Deze vermogenstoets houdt in dat er om in aanmerking te komen voor deze regelingen:
geen sprake mag zijn van vermogen boven de vermogensgrens zoals bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet;
voor de vaststelling van het vermogen wordt uitgegaan van het middelenbegrip als bedoeld in artikel 31 en het vermogensbegrip van artikel 34 van de Participatiewet;
hierbij wordt de waarde van vervoermiddelen als vermogensbestanddeel in aanmerking genomen op de volgende wijze:
een eerste voertuig wordt voor een alleenstaande of een gezin als algemeen gebruikelijk gezien, voor zover deze een waarde heeft van minder dan € 4000,00, en daarmee niet in aanmerking genomen bij de vaststelling van het vermogen;
de waarde van het voertuig, voor zover het meer bedraagt dan € 4.000,00, wordt tot het vermogen gerekend;
een eerste voertuig, ouder dan 10 jaar, wordt niet als vermogen in aanmerking genomen;
in geval van een oldtimer kan op dit laatste een uitzondering worden gemaakt;
in situaties dat er sprake is van een eigen woning en van overwaarde in de woning, hoger dan het op grond van artikel 34 lid 2 sub d Participatiewet maximaal vrij te laten bedrag, wordt er desalniettemin voldaan aan de vermogenstoets indien en voor zover het recht op vergoeding op grond van deze beleidsregels niet meer bedraagt dan de bijstandsnorm geldend voor gehuwden (als genoemd in artikel 21 onderdeel b van de Participatiewet).
Artikel 5
Vermogenstoets
Onderdeel van Beleidsregels tegemoetkomingen Minimabeleid gemeente Westerkwartier 2022