Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.2

Toeslagen voor jongeren van 18 tot 21 jaar

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Westerkwartier 2022

Algemeen Jongeren van 18, 19 of 20 jaar die niet in een inrichting verblijven kunnen recht hebben op algemene bijstand. Aangezien deze jongeren geacht worden een beroep te kunnen doen op hun ouders zijn de zogenaamde jongerennormen van artikel 20 Participatiewet afgestemd op de bedragen van de Algemene Kinderbijslagwet. Onderhoudsplicht ouders Jongeren van 18, 19 of 20 jaar voor wie de jongerennorm onvoldoende is om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te kunnen voorzien zullen in eerste instantie een beroep moeten doen op hun ouders. Ten aanzien van kinderen van 18, 19 of 20 jaar zijn ouders verplicht te voorzien in de kosten van levensonderhoud en studie (de onderhoudsplicht van artikel 1:395a Burgerlijk Wetboek). Er kan echter niet zonder meer van worden uitgegaan dat jongeren voor hun bestaanskosten altijd en volledig een beroep op hun ouders kunnen doen. Voor zover dit beroep niet mogelijk is wordt voorzien in een recht op bijzondere bijstand (artikel 12 Participatiewet). De behandelend medewerker neemt voorafgaand aan de besluitvorming over de verlening van bijzondere bijstand (zo mogelijk) contact op met de ouders omtrent hun onderhoudsplicht. Wanneer zij daar aan willen en kunnen voldoen is er geen reden voor de verlening van bijzondere bijstand. Recht op bijzondere bijstand Onder bepaalde voorwaarden kan op grond van artikel 12 Participatiewet bijzondere bijstand worden verleend voor (1) de kosten van levensonderhoud voor zover de jongerennorm daarin niet voorziet en (2) bijzondere kosten (= de reguliere bijzondere bijstand). Artikel 12 Participatiewet verwijst naar ‘een persoon van 18, 19 of 20 jaar’ en is daarmee van toepassing op alleenstaanden, alleenstaande ouders en gehuwden van wie één of beide partners 18, 19 of 20 jaar zijn. De voorwaarden voor de verlening van de bijzondere bijstand zijn beschreven in artikel 12 Participatiewet. Verlening van bijzondere bijstand is mogelijk wanneer de noodzakelijke kosten van het bestaan van de jongere uitgaan boven de bijstandsnorm en hij of zij voor deze kosten geen beroep kan doen op zijn ouders omdat: de middelen van de ouders daartoe niet toereikend zijn; of hij of zij redelijkerwijs zijn onderhoudsrecht jegens ouders niet te gelde kan maken. Voorbeelden waarin toepassing kan worden gegeven aar artikel 12 Participatiewet zijn: de ouders bevinden zich in het (verre) buitenland en zijn daar onbereikbaar; de ouders zijn overleden; de relatie tussen de jongere en de ouders is ernstig verstoord. Hoogte bijzondere bijstand De verstrekking van aanvullende bijzondere bijstand aan jongeren van 18, 19 of 20 jaar leidt ertoe dat de jongere twee uitkeringen krijgt: de algemene bijstand en een aanvullend deel bijzondere bijstand. In totaal maximaal tot de norm geldend voor mensen van 21 jaar of ouder en jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd (artikel 21 Participatiewet). De uiteindelijke hoogte van de bijzondere bijstand zal daarbij afgestemd moeten worden op de individuele omstandigheden van de jongere.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel