**1..** Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de Jeugdwet en artikel 2.3.6 van de Wet maatschappelijke ondersteuning.
**2..** Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning en onverminderd artikel 8.1.1 van de Jeugdwet, verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de cliënt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en waarvan niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was.
**3..** De cliënt die een pgb wenst motiveert schriftelijk in een plan:
waarom hij op eigen kracht voldoende in staat is tot een redelijke waardering van de belangen terzake dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk dan wel met een curator, bewindvoerder, mentor of gemachtigde, gecertificeerde instelling of aanbieder van gesloten jeugdhulp in staat is de aan het pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren;
waarom hij de maatwerkvoorziening in het kader van de Wmo 2015 als een pgb wenst geleverd te krijgen of waarom hij een maatwerkvoorziening in het kader van de Jeugdwet in natura niet passend acht;
hoe naar zijn mening gewaarborgd is dat de maatwerkvoorziening veilig, doeltreffend, van goede kwaliteit en cliëntgericht is. Daarbij is in elk geval van belang dat wanneer degene die de diensten verleent in contact kan komen met personen die jonger zijn dan achttien jaar, voor aanvang van de dienstverlening over een actuele verklaring omtrent het gedrag beschikt als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, met uitzondering van bloedverwanten in de eerste en tweede graad en degenen die incidentele ondersteuning bieden.
**4..** Het pgb kan worden aangevuld met een vergoeding voor onderhoud, reparatie en verzekering van een hulpmiddel voor zover onderhoud en verzekering door het college wordt verlangd en het geen onderdeel is van het pgb.
**5..** De hoogte van een pgb:
wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan waarin in ieder geval uiteen is gezet:
- welke diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren de cliënt van het budget wil betrekken, en
- indien van toepassing, welke hiervan de cliënt wil betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, en
- over hoe cliënt het pgb gaat besteden.
bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura;
wordt berekend op basis van een prijs of tarief:
- waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om tijdig veilige, doeltreffende en kwalitatief goede jeugdhulp, diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken;
- waarbij rekening is gehouden met redelijke overheadkosten van derden van wie de cliënt diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren wil betrekken;
- waarbij, voor zover van toepassing, rekening is gehouden met de in het derde lid gestelde voorwaarden betreffende het tarief onder welke de cliënt de mogelijkheid heeft om de betreffende diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen te betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk
- en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering;
voor beschermd wonen omvat mede het schoonmaken van appartement of kamer en gemeenschappelijke ruimten.
De hoogte van een pgb wordt vastgesteld voor:
een materiële voorziening: op basis van de kostprijs van de voorziening die de cliënt zou hebben ontvangen als de voorziening in natura zou zijn verstrekt en rekening houdende met een reële termijn voor de technische afschrijving en de onderhouds- en verzekeringskosten;
huishoudelijke hulp:
- huishoudelijke hulp 1 en 2 door een daartoe opgeleid persoon in dienst bij een zorgaanbieder: op basis van 80% van het laagste toepasselijke tarief per uur dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder;
- huishoudelijke hulp 1 en 2 door een persoon uit het sociaal netwerk: op basis van het in tweede lid van artikel 5.22 van de Regeling langdurige zorg genoemde gangbare tarief voor een persoon uit het sociale netwerk;
- indien het tarief voor ‘huishoudelijke hulp door een persoon uit het sociaal netwerk’ hoger ligt dan het tarief voor ‘huishoudelijke hulp door een daartoe opgeleid persoon in dienst bij een zorgaanbieder’ dan wordt voor het eerstgenoemde het tarief van het laatstgenoemde gehanteerd.
individuele begeleiding:
- reguliere begeleiding uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon in dienst bij een zorgaanbieder: op basis van 80% van het laagste toepasselijke tarief per uur dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder;
- specialistische begeleiding uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon in het bezit van bijzondere deskundigheid in dienst bij een zorgaanbieder: op basis van 80% van het laagste toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder;
- reguliere en specialistische begeleiding uitgevoerd door een persoon uit het sociale netwerk: op basis van het in tweede lid van artikel 5.22 van de Regeling langdurige zorg genoemde gangbare tarief voor een persoon uit het sociale netwerk;
groepsbegeleiding en dagbesteding:
- dagbesteding met laag intensieve ondersteuning uitgevoerd door vrijwilligers met ondersteuning van een beroepskracht in dienst van een zorgaanbieder: op basis van 80% van het laagste toepasselijke tarief voor dergelijke begeleiding uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon dat zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder;
- gespecialiseerde dagbesteding met hoog intensieve ondersteuning uitgevoerd door een daartoe opgeleide persoon in dienst van een zorgaanbieder: op basis van 80% van het laagste toepasselijke tarief voor dergelijke begeleiding uitgevoerd door een daartoe opgeleid beroepskracht dat zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder;
vervoer van en naar de dagbesteding: op basis van 80% van het in de regio gangbare toepasselijke tarief, uitgaande van de dichtst bij de woning van de cliënt gelegen geschikte dagbestedingslocatie en rekening houdende met eventuele beperkingen die het reizen met bepaalde vormen van het openbaar vervoer door de cliënt belemmeren;
taxi- en rolstoeltaxivervoer: op basis van het in de regio gangbare toepasselijke tarief met een verhoging in verband met de grotere afstand tot centrum Nijmegen;
een autoaanpassing: op basis van de laagste kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen die blijken uit opgevraagde offertes;
verhuishulp: op basis van de laagste kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen en rekening houdende met de keuze van de cliënt om al dan niet gebruik te maken van een erkende verhuizer;
aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel: op basis van de laagste kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen;
het bezoekbaar maken van een woning: op basis van de laagste kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen die hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aannemer en rekening houdende met de keuze van de cliënt om al dan niet gebruik te maken van een erkende aannemer.
Budgethouders mogen vanuit het budget de volgende uitgaven niet doen:
kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers;
kosten voor bemiddeling;
kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van het pgb;
huur
eten en drinken 2;
2 7d en 7e gelden niet voor kortdurend verblijf en beschermd wonen
bijdrage in de kosten;
contributie voor het lidmaatschap van Per Saldo, kosten voor het volgen van cursussen over het pgb en kosten voor het bestellen van informatiemateriaal;
zorg en ondersteuning die onder een andere wet vallen dan de wet op grond waarvan het pgb is verstrekt;
zorg en ondersteuning die onder een algemene voorziening en/of algemeen gebruikelijke voorziening vallen;
ondersteuning bij inkopen buiten EU-landen.
Indien de jeugdige niet de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, wordt hij niet in staat geacht de aan het pgb verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren.
Een pgb dient door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt tenzij hier in de beschikking een andere termijn voor wordt vastgesteld.
Verstrekking in de vorm van persoonsgebonden budget vindt niet of niet langer plaats als:
op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget;
er sprake is van vastgesteld oneigenlijk gebruik of misbruik van een persoonsgebonden budget in het verleden;
er naar het oordeel van het college andere, zwaarwegende, bezwaren bestaan tegen de verstrekking.
Het college stelt jaarlijks de tarievenlijst vast met inachtneming van hetgeen in deze verordening en de hierbij behorende bijlage is vastgesteld.