Deze nadere regel heeft als doel:
Inzet op preventie:
jongeren hebben een positieve visie op liefde, relaties en seksualiteit;
jongeren zijn zich bewust van (mogelijke) risico’s;
jongeren worden vroegtijdig bereikt en (ergere) problemen worden voorkomen;
de juiste doelgroep wordt bereikt, met name jongeren in een kwetsbare positie die verhoogd risico lopen op slachtoffer- en/of daderschap;
versterking en aanvulling op de inzet van scholen (lessen, voorlichtingen), GGDrU en (school)jongerenwerk.
Vrij toegankelijke begeleiding van jongeren:
passende en laagdrempelige begeleiding voor jongeren die te maken hebben met vragen en/of problemen op het gebied van liefde, seksualiteit, relaties en dwang;
bereiken van jongeren die dit nodig hebben, ook jongeren die moeilijk(er) bereikbaar zijn. Bijvoorbeeld omdat zij niet snel zelf om hulp vragen;
jongeren versterken elkaar en leren met en van elkaar, dankzij zowel individuele als collectieve vormen van begeleiding;
versterking en aanvulling op de inzet van de sociale basis, zoals scholen en het (school)jongerenwerk, en de basis- en aanvullende (jeugd)zorg.
Consultatie aan andere partijen in de stad:
de subsidieontvanger heeft kennis en expertise en kan deze overdragen op het gebied van liefde, seksualiteit, relaties en dwang en is op de hoogte van maatschappelijke trends en ontwikkelingen;
Utrechtse professionals met vragen op het gebied van liefde, seksualiteit, relaties en dwang krijgen advies en hun handelingsbekwaamheid wordt bevorderd.
Onderdeel van deze opdracht is inzet op social return. Social return maakt het mogelijk dat investeringen die de gemeente doet naast het ‘gewone’ rendement, ook een concrete sociale winst opleveren. De gemeente investeert samen met haar subsidieontvangers in de sociale infrastructuur van gemeente en regio. Een van de instrumenten om dit te doen is social return.