Het algehele doel van toezicht en handhaving is het realiseren van normconform gedrag. Om dat doel te bereiken zijn verschillende instrumenten beschikbaar. Met name mijn toezichthouders moeten hiervoor over de benodigde competenties beschikken. De instrumenten zijn:
Informeren: vertellen welke regels er zijn, voor wie en waarom. Overtreders proberen te bewegen om zich aan regels te houden.
Afspraken maken: afspraken maken met (individuele) partijen om sanctioneren te voorkomen.
Sanctioneren: alle maatregelen die ter beschikking staan om naleving van regelgeving af te dwingen of ongewenst gedrag te bestraffen en te beëindigen.
Er bestaan verschillende redenen waarom een doelgroep regels niet naleeft. Er zijn 11 mogelijke redenen onderscheiden, de zogenoemde tafel van 11. Een effectief inzet van instrumenten kan worden bereikt door deze redenen van niet naleven te koppelen (doelgroepanalyse).
spontane naleving
kennis van regels: de (on)bekendheid met en duidelijkheid van wet- en regelgeving bij de doelgroep;
kosten/baten: de (im)materiële voor- en nadelen die uit overtreden of naleven van de regel volgen;
mate van acceptatie: de mate waarin het beleid en de regelgeving (algemeen) aanvaard wordt door de doelgroep;
gezagsgetrouwheid doelgroep: de mate van bereidheid van de doelgroep om zich à priori te conformeren aan datgene wat de overheid opdraagt, wat in de wet staat;
informele controle: de kans op ontdekking en sanctionering van het gedrag van de doelgroep door niet-overheidsinstanties;
geforceerde naleving
informele meldingskans: de kans dat een overtreding aan het licht komt anders dan door overheidscontrole;
controlekans: de kans dat men gecontroleerd wordt op het begaan van een overtreding;
detectiekans: de kans op constatering van de overtreding indien door de overheid gecontroleerd wordt;
selectiviteit: de (verhoogde) kans op controle en detectie in het geval van een overtreding door selectie van te controleren bedrijven, personen, handelingen of gebieden;
sanctiekans
sanctiekans: de kans op een sanctie indien na controle en opsporing een overtreding geconstateerd is;
sanctie-ernst: de hoogte en soort van de aan de overtreding gekoppelde sanctie en bijkomende nadelen van sanctie-oplegging.
Het naleefgedrag kan per alcoholverstrekker worden gerubriceerd in 3 categorieën: koploper (zelden), middenmoter, achterblijver (vaak). Ook deze werkwijze maakt onderdeel uit van de jaarlijkse risicoanalyse.
De volgende instrumenten zijn inzetbaar:
Instrument
Criteria voor toepassing
Informeren
Educatief (gericht op kennis doelgroep t.a.v. regelgeving
Doelgroep is niet bekend met regels, weet niet welk doel de regelen dienen of begrijpen de regels niet (complexiteit van de regels)
Waarschuwend (gericht op sanctiebeleid en pakkans, minder controles bij goed naleefgedrag)
Doelgroep is geneigd de regels te overtreden en onderschat het sanctiebeleid of de kans dat de overtreding wordt gesanctioneerd.
Normatief (appel op sociale norm)
Doelgroep is ongevoelig voor een (sociale) norm binnen de groep
Afspreken
Naar aanleiding van controles afspraken maken (inhoudelijk en procedureel)
Doelgroep is geneigd tot het maken en nakomen van afspraken over beëindigen van overtredingen en het voorkomen van nieuwe overtredingen
Sanctioneren
Bestuurlijke sancties
Sanctioneren na niet nakomen van afspraken of direct bij ernstige overtredingen, recidive, aanwijzingen dat afspraken maken zinloos is
Bestuurlijke boete
Sprake van ongewenste situatie waarbij een financiële prikkel preventief kan werken
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.5.
Inzet van instrumenten
Onderdeel van Beleidsregel openbare inrichtingen (horeca) en alcoholverstrekking Neder-Betuwe 2022