Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 11

Voorwaarden voor een pgb

Onderdeel van Nadere regels Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Súdwest-Fryslân 2022

Om te bepalen of een persoonsgebonden budget (pgb) voor de cliënt toegankelijk en passend is en conform de daarvoor opgestelde regels wordt besteed, worden de volgende aspecten getoetst en/of gewogen: Om in aanmerking te komen voor een pgb dient te zijn voldaan aan de volgende voorwaarden: er is door het college bepaald dat de cliënt toegang kan krijgen tot ondersteuning in de vorm van een individuele maatwerkvoorziening; de cliënt heeft zijn keuze voor een pgb (in plaats van zorg in natura) gemotiveerd in een persoonlijk plan; de cliënt danwel zijn vertegenwoordiger is voldoende vaardig om de aan de pgb verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren (opstellen persoonlijk plan, opdrachtgever/werkgever kunnen zijn, verantwoord beheer); het ondersteuningsaanbod dat met een pgb zal worden ingekocht is veilig, doeltreffend en cliëntgericht en voldoet aan algemeen geldende kwaliteitseisen zoals genoemd in artikel 9 van de Verordening; indien het een pgb voor Beschermd wonen of ThuisPLUS betreft, dient de zorgaanbieder ook te voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen zoals vermeld op de website www.sdfryslan.nl. In aanvulling op lid 1, sub c kan een persoon in de volgende gevallen geen budgetbeheerder zijn: als deze in de schuldsanering zit. als er sprake is van verslavingsproblematiek. als in het verleden sprake is geweest van fraude met een pgb. Met een pgb kan de cliënt zelf individuele maatwerkvoorzieningen inkopen. De zelfgekozen zorgaanbieder/leverancier/aanbieder kan in bepaalde gevallen meer passend en/of goedkoper zijn. De cliënt voert met een pgb zelf regie over zijn eigen ondersteuning. De cliënt kan met een pgb kiezen voor formele ondersteuning, en/of informele ondersteuning. Inzet van het sociaal netwerk met een vergoeding vanuit een pgb kan alleen in situaties waarin het de gebruikelijke hulp overstijgt en dit aantoonbaar tot een beter resultaat leidt en aantoonbaar doelmatiger is dan formele ondersteuning of zorg in natura en kwalitatief voldoende is. Het is toegestaan dat budgethouders samen ondersteuning inkopen met het pgb. Het ondersteuningsplan, de aanvraag, het budgetplan, de beschikking en de verantwoording blijven wel individueel. Om te bepalen of met informele ondersteuning het beoogde resultaat behaald kan worden, worden de volgende aspecten gewogen: kan de cliënt zijn keus om een informele ondersteuning in te schakelen goed motiveren; heeft de persoon die de informele ondersteuning gaat bieden op geen enkele wijze druk uitgeoefend op de cliënt bij zijn keuze; is de zorgaanbieder die de informele ondersteuning gaat bieden in staat om het type, de omvang, de frequentie en de duur van de ondersteuning te bieden; wordt de kwaliteit van de geboden ondersteuning voldoende geborgd; wat is de totale belasting van de zorgaanbieder die informele ondersteuning biedt (gebruikelijke hulp, mantelzorg, betaald en onbetaald werk en persoonlijke omstandigheden); is het mogelijk om een keer over te kunnen slaan of zijn er mogelijkheden om tijdelijk de zorg uit handen te kunnen geven in geval van vakantie of ziekte. De zorgaanbieder die de formele ondersteuning, dan wel informele ondersteuning vanuit een pgb biedt mag niet ook de rol van budgetbeheerder op zich nemen, tenzij het een ouder van een jeugdige betreft of er geen alternatief is. In het budgetplan dient het volgende te worden opgenomen: aan welke vorm van ondersteuning het budget besteed gaat worden; door wie de ondersteuning geleverd gaat worden; wat het beoogde resultaat van de ondersteuning is; welke activiteiten uit het budget betaald gaan worden; een begroting. De volgende bestedingsregels gelden voor een pgb: beheerkosten (coördinatie, administratie, e.d.) mogen niet uit het pgb worden betaald; bemiddelingskosten mogen niet worden betaald vanuit het pgb; feestdagenuitkeringen mogen niet worden betaald vanuit het pgb; er mag maximaal € 0,21 per kilometer reiskosten aan de zorgaanbieder die de ondersteuning biedt betaald worden op basis van een reisafstand vanaf 6 km (enkele reis) tot maximaal 150 km per persoon per keer (retour). Pgb-houders die langer dan 6 weken naar het buitenland gaan en hun ondersteuning in het buitenland willen inkopen, moeten toestemming vragen aan het college. Het inkopen van ondersteuning in het buitenland is maximaal 13 weken per kalenderjaar toegestaan. Het pgb wordt dan aangepast aan de tarief dat gehanteerd wordt in het land waar men gedurende deze periode verblijft, met een maximum van het binnen de gemeente Súdwest-Fryslân vastgestelde pgb tarief. De cliënt mag, naar zijn of haar behoefte, de ene periode meer ondersteuning inkopen dan de andere periode, zolang het totaal beschikte budget (per kalenderjaar) niet wordt overschreden. De cliënt is in dit geval wel verplicht om per periode een factuur in te dienen over de werkelijk ontvangen uren ondersteuning. De declaratie die cliënt indient bevat in ieder geval: de naam van de zorgaanbieder; het burgerservicenummer van de zorgaanbieder; het belastingnummer van de zorgaanbieder; een overzicht van de data en het aantal uren, dagdelen, etmalen, waarop de ondersteuning is geboden; het tarief; ondertekening van de zorgaanbieder. Indien de cliënt een duurdere voorziening wil inkopen dan met het verstrekte pgb mogelijk is, dan kan dit, maar betaalt de cliënt het meerdere zelf. Wanneer er sprake is van een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst voor een opdracht in het kader van een pgb moet er minimaal het wettelijk minimumloon uitbetaald worden. Het pgb wordt niet rechtstreeks overgemaakt op de rekening van de cliënt, maar aan de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Dit is wettelijk geregeld om misbruik en oneigenlijk gebruik van pgb tegen te gaan. De SVB doet de betalingen rechtstreeks aan de zorgaanbieder. Deze regeling, trekkingsrecht geheten, geldt voor alle gemeenten. De overeenkomst die de cliënt afsluit met de zorgaanbieder die de ondersteuning vanuit het pgb gaat bieden, dient door de gemeente en de SVB goedgekeurd te zijn alvorens uren van de betreffende zorgaanbieder gedeclareerd kunnen worden. In afwijking op lid 13 wordt een eenmalig pgb voor een woonvoorziening, scootmobiel, auto-aanpassing of rolstoel wel rechtstreeks door de gemeente overgemaakt op de rekening van de cliënt. Een zorgaanbieder die informele ondersteuning biedt kan maximaal een fulltime werkweek (36 uur) per persoon aan uren declareren. Iedere pgb budgethouder dient alle documenten die betrekking hebben op het pgb en de aanschaf van de voorziening dan wel de inhuur van een zorgaanbieder te bewaren. De pgb budgethouder dient de in lid 18 genoemde documenten gedurende vijf jaar te bewaren en als daarom wordt gevraagd (een kopie van) de stukken aan de gemeente verstrekken. De gemeente kan de stukken opvragen bij een steekproefsgewijze controle op de kwaliteit en/of rechtmatigheid van het pgb of een controle naar aanleiding van signalen over onjuiste besteding van het pgb door de budgethouder en/of de zorgaanbieder.

Rechtspraak bij dit artikel