Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Inrichting accountantscontrole

Onderdeel van Controleverordening Dijk en Waard 2022

1.. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de wijze waarop hij de accountantscontrole inricht. De accountant bepaalt ook de aard en de omvang van de daarbij behorende werkzaamheden. 2.. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de frequentie van de uit te voeren controles. De accountant kan de controlewerkzaamheden zonder voorafgaande kennisgeving uitvoeren. 3.. Om te zorgen voor een efficiënte en doeltreffende accountantscontrole vindt periodiek (afstemmings-)overleg plaats tussen de accountant en de auditcommissie van de raad, de portefeuillehouder financiën, het hoofd van de financiële afdeling en de (concern)controller.

Rechtspraak bij dit artikel