Handel in drugs vanuit lokalen en woningen, dan wel in of daarbij behorende erven, is in het belang van de openbare orde en de algemene maatschappelijke rust volstrekt ontoelaatbaar. Het is van belang dat er in dit handhavingsbeleid een onderscheid wordt gemaakt in drugshandel in (al dan niet voor het publiek toegankelijke) lokalen en gebouwen en drugshandel in woningen. Zo zal de sluiting van een woning de betrokkenen veel harder treffen dan de sluiting van bijvoorbeeld een café of loods. De bewoners worden immers dakloos. De wetgever heeft ervan afgezien het begrip woning in de Opiumwet te definiëren. Het bevoegd bestuursorgaan verstaat in het kader van onderhavige beleidsregel onder woning een voor bewoning bedoelde ruimte (blijkend uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Hieronder worden bijvoorbeeld ook stacaravans, woonschepen, woonwagens, etc. verstaan.