Naar hoofdinhoud
1.. Als toewijzing van alle volledige aanvragen die voldoen aan de eisen van deze regeling leidt tot een overschrijding van een deelplafond, rangschikt het college de aanvragen voor dit deelplafond aan de hand van de volgende criteria en wegingsfactoren: de legitimiteit van de activiteit in die zin dat wordt getoetst aan: de mate waarin de aanvraag bijdraagt aan het ondersteunen van inwoners in een kwetsbare situatie om zelfredzamer te worden of te blijven, beter te kunnen meedoen of zelfstandig te blijven wonen. En/of het ondersteunen van mantelzorgers, zodat zij de zorg voor hun naaste zo lang en goed mogelijk vol kunnen houden (wegingsfactor 3). de mate waarin de activiteit is afgestemd op de wat er al is en de mate waarin er wordt samengewerkt en geleerd met andere vrijwilligersorganisaties, sociale partners en initiatieven in het sociaal domein en wat deze samenwerking en dit samen leren oplevert (wegingsfactor 1). de mate waarin er sprake is van draagvlak voor de activiteit wordt getoetst aan: de onderbouwing van de behoefte aan de activiteiten aan de hand van ervaringscijfers van het aantal hulpvragen, de ontwikkeling in de hulpvragen en/of door de beoordeling/evaluatie door vrijwilligers hulpvragers en/of professionals (wegingsfactor 2). de mate van kennis en betrokkenheid bij de hulpvragen en doelgroepen in de lokale omgeving, waarbij het voortzetten van en voortbouwen op bestaande activiteiten voorrang krijgt boven nieuwe aanvragen. Dit blijkt bijvoorbeeld uit aantoonbare ervaring met de uitvoering van deze activiteiten en de inbedding in de lokale sociale infrastructuur. (wegingsfactor 1) het rendement van de activiteit: de prijs/rendement-verhouding: hoe de omvang, aard en het bereik van de activiteiten zich verhouden tot de opgevoerde kosten. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de verhouding tussen vrijwillige inzet en betaalde inzet, de mate waarin de activiteiten ook uit andere bronnen gefinancierd worden; de noodzaak tot huisvesting- en activiteiten kosten. De aanvrager onderbouwt de hoogte van de subsidieaanvraag aan de hand van de variabelen als bedoeld in artikel 3.1 lid 2 (wegingsfactor 3). 2.. De rangschikking vindt als volgt plaats: per criterium kunnen 0-4 punten worden gehaald, waarbij geldt: 0: onvoldoende, 1: matig, 2: voldoende, 3: goed, 4: uitstekend; indien er een gelijke totaalscore ontstaat, wordt van deze subsidieaanvragen de subsidieaanvraag met het hoogst bij elkaar opgetelde aantal behaalde punten op de criteria met wegingsfactor 3 aangemerkt als de hoogste in rangorde; de aanvraag wordt geweigerd wanneer er niet minstens een voldoende behaald wordt op een van de beoordelingscriteria met wegingsfactor 3. 3.. Indien de rangorde in relatie tot het deelplafond uitwijst dat door toekenning van de subsidieaanvraag geen dekkende evenwichtige spreiding van activiteiten per aandachtsgebied gerealiseerd kan worden, kan worden besloten de subsidieaanvragen niet of deels te honoreren tot er sprake is van een dekkende en evenwichtige spreiding in het betreffende aandachtsgebied zoals bedoeld in artikel 2.1.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel