Naar hoofdinhoud
1.. Een leerling aan wie een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer is verstrekt, is verplicht de aanwijzingen betreffende de orde, rust en veiligheid op te volgen. De regels zijn door de vervoerder duidelijk kenbaar gemaakt. Alle regels staan in de folder Publiek Vervoer Leerlingenvervoer. Deze wordt aan het begin van het seizoen aan de leerling/ouders verstrekt. 2.. Het college kan een leerling aan wie een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer is verstrekt, tijdelijk of voor de rest van het schooljaar de toegang tot dit vervoer ontzeggen. Het ontzeggen van het vervoer vindt plaats als is gebleken dat de leerling door zijn gedrag of anderszins de orde in het vervoermiddel verstoort of de veiligheid van het vervoermiddel en inzittenden in gevaar brengt. De ouders hebben de plicht om de leerling dan zelf naar school te brengen. 3.. Voordat overgegaan wordt tot een ontzegging, worden de volgende stappen ondernomen: indien er sprake is van meerdere klachten dan wel aanhoudende klachten maakt de vervoerder melding van de klachten bij het college; het college zal in gesprek gaan met de ouders van de leerling en, als hier aanleiding voor bestaat ook met de vervoerder, de chauffeur of de school; indien blijkt dat een leerling de (verkeers)veiligheid in gevaar brengt, en/of andere inzittenden pest of intimideert en/of vernielingen in het voertuig aanricht, volgt er een eerste waarschuwingsbrief aan de ouders en wordt er in overleg gekeken naar mogelijke oplossingen om herhaling te voorkomen; indien het gedrag aanhoudt volgt er een tweede waarschuwingsbrief. Tevens kan er in overleg met de vervoerder in deze fase een extra zitplaats in het leerlingenvervoer georganiseerd worden voor begeleiding van de leerling. Als er een begeleider meegaat anders dan een ouder en hier (loon)kosten aan verbonden zijn, zijn de kosten voor de ouders; indien het gedrag aanhoudt wordt de leerling de toegang tot het leerlingenvervoer ontzegd voor ten minste twee volle schoolweken; indien na hervatting van het leerlingenvervoer het gedrag aanhoudt kan de leerling worden uitgesloten van het leerlingenvervoer tot het einde van het schooljaar met een minimum van één maand (exclusief schoolvakanties). 4.. Het college kan één of meerdere stappen als bedoeld in het derde lid overslaan als de ernst van gedragingen hier volgens het college aanleiding toe geeft.

Rechtspraak bij dit artikel