Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.8.

Handholes

Onderdeel van Nadere procedurele en uitvoeringsregels kabels en leidingen

1.. De locatie van handholes wordt vooraf afgestemd met het college. 2.. Handholes worden niet geplaatst: binnen de ruimte die gereserveerd is voor bestaande en toekomstige kabel- en leidingtracés; in de rijbaan; binnen de kroonprojectie van een boom; binnen 3 meter uit het hart van een boom. 3.. Handholes die maximaal 2 x per jaar geopend worden, worden aangebracht met een minimale dekking van 0,40 m onder het maaiveld en afgedekt met straatzand. 4.. Handholes die meer dan 2 x per jaar geopend worden, worden voorzien van een geprofileerde putdekselconstructie conform verkeersklasse D400 NEN-EN 124. Na zetting dient de putdekselconstructie op dezelfde hoogte te liggen als het omringend maaiveld en/of (bovenkant) elementenverharding.

Rechtspraak bij dit artikel