Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1

Bereikbaarheid aangrenzende gebouwen

Onderdeel van Nadere regel kabels en leidingen gemeente Utrecht

1.. De (graaf)werkzaamheden dienen qua tijd en uitvoeringswijze zodanig te worden gepland dat de bereikbaarheid van woningen, bedrijven, winkels en overige gebouwen (verder: objecten) voor (mindervalide) voetgangers, (brom) fietsers, gemotoriseerd (bestemmings-)verkeer en hulp- en afvalophaaldiensten, in overleg met de betrokkenen, altijd zo veel mogelijk in stand gehouden wordt. Dit geldt ook voor doodlopende straten of woonerven. Verder geldt: De minimale doorrijbreedte voor hulpvoertuigen is 3,5 m en wordt altijd gewaarborgd. Verkeer moet in beginsel om het werkvak heen kunnen rijden. Indien het onvermijdelijk is dat een straat toch volledig afgesloten wordt, dan wordt dit tenminste 15 werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden afgestemd met de toezichthouder, na goedkeuring van de toezichthouder worden de hulpdiensten hierover tenminste 10 werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden geïnformeerd. Brandkranen, afsluiters van drinkwater, gas, warmte en dergelijke blijven zichtbaar en toegankelijk; 2.. Voor (mindervalide) voetgangers en (brom) fietsers is het toepassen van stevige loopplanken die voldoen aan de CROW richtlijnen ter plaatse van de toegang en (nood)uitgang naar objecten een vereiste. De loopplanken worden vlak en aansluitend aan elkaar geplaatst. Hierbij wordt tevens rekening gehouden met een goede toegankelijkheid voor kinderwagens en hulpmiddelen zoals rollators, rolstoelen en scootmobielen. 3.. Indien een beperking van de bereikbaarheid onvermijdelijk is en tot gevolg heeft dat: de hulp- en afvalophaaldiensten objecten niet voldoende kunnen naderen; de bevoorrading van winkels en bedrijven anders dan normaal moet worden geregeld; met de betrokkenen, aanwonenden of andere belanghebbenden geen overeenstemming kan worden bereikt over de beperking van de bereikbaarheid; Worden de maatregelen die de netbeheerder moet nemen vastgelegd in de vergunning en overlegt de netbeheerder minimaal 10 werkdagen voor start van de werkzaamheden met de toezichthouder. De toezichthouder geeft aan welke maatregelen de netbeheerder moet nemen om de bereikbaarheid zoveel als mogelijk is te waarborgen. De afspraken worden schriftelijk of per e-mail vastgelegd.

Rechtspraak bij dit artikel