De netbeheerder zorgt ervoor dat een afschrift van het instemmingsbesluit of de vergunning incl. de tekening(en), de nadere regels, en de afschriften van de toestemmingen van derden incl. de voorwaarden en de gegevens van de KLIC-melding op de graaflocatie aanwezig zijn; deze worden desgevraagd aan de toezichthouder getoond.
De netbeheerder houdt zich aan de CROW-richtlijnen “Veilig werken langs de weg”, “Zorgvuldig graafproces” en de Verordening ondergrond: kabels, leidingen en boomwortels gemeente Utrecht en de WIBON. Voorts geldt dat er ook eventueel een vergunning /instemming van het Waterschap, de provincie, Rijkswaterstaat nodig is.
Indien het voor aanvang bekend is dat er kabels of leidingen van meerdere netbeheerders in het tracé, in de directe nabijheid daarvan of aansluitend aan een te roeren tracé gelegd of gerooid moeten worden, dan worden deze werkzaamheden zoveel mogelijk gecombineerd, maar in ieder geval aansluitend aan elkaar in een werkgang, uitgevoerd. De netbeheerder(s) moet(en) dit als zodanig onderling of met de betreffende netbeheerder(s) afstemmen (combiwerk).
Verder kunnen ook projecten aan de orde zijn waarbij werkzaamheden van het college en netbeheerder(s) binnen een gezamenlijk afgesproken tijdvak uitgevoerd moeten worden. Deze afspraken dienen in overleg met de netbeheerders voorafgaand aan de instemmings- of vergunningsaanvraag te zijn vastgesteld.
De netbeheerder biedt overige kabel- of leidingeigenaren altijd de mogelijkheid om eventuele werkzaamheden aan hun kabels of leidingen onbelemmerd uit te voeren.
De locatie van het opslagterrein van de netbeheerder wordt namens het college in overleg met de toezichthouder bepaald. De netbeheerder vraagt hiervoor een vergunning aan.
Per dag mag geen grotere sleuflengte worden opengemaakt, dan op die dag weer volledig kan worden dichtgemaakt. Ook worden alle montage- c.q. lasgaten dichtgemaakt, tenzij anders overeengekomen met de toezichthouder.
Bij de uitvoering van het herstel en onderhoud van de verharding geldt dat indien noodzakelijk het tijdelijk herstel van de verharding in de binnenstad (zie bijlage 3) op dezelfde dag en in de rest van de gemeente binnen 2 werkdagen uitgevoerd wordt door de netbeheerder
Indien herstel van de verhardingen niet conform de termijnen in art 8.1 achtste lid gerealiseerd is of niet veilig begaanbaar is, laat de toezichthouder namens het college het herstel verrichten.
Tijdens het werk worden (bestratings-)materialen naast de sleuf opgetast. Zand, grond en eventueel funderingsmateriaal wordt gescheiden ontgraven, gescheiden opgeslagen en gescheiden teruggebracht in de sleuf, tenzij anders overeengekomen met de toezichthouder.
Als er direct naast de sleuf geen ruimte is wordt de plaats van tijdelijke opslag van (bestratings-) materialen vooraf in overleg met de toezichthouder bepaald. Na beëindiging van het werk of op eerste aanzegging van de toezichthouder namens het college worden deze (bestratings-)materialen verwijderd. Indien van toepassing wordt de ondergrond hersteld in de staat zoals vooraf aanwezig was.
Alle (bestratings-)materialen worden onbeschadigd herplaatst. De netbeheerder zorgt bij beschadiging zelf voor herstel of vervangend (bestratings-)materiaal. Uitzondering hierop zijn situaties waarbij in gezamenlijke vooropname van het tracé met de toezichthouder nadere afspraken zijn gemaakt over het (bestratings-)materiaal.
Al het te gebruiken (bestratings-)materiaal is van dezelfde soort en minimaal dezelfde kwaliteit als het oorspronkelijk aanwezige (bestratings-)materiaal en de door de gemeente gebruikelijk toe te passen (bestratings-)materialen.
Nadat de werkzaamheden gereed zijn wordt het tracé volledig hersteld en de werkomgeving opgeruimd achtergelaten. Bermen en onverharde grond zijn vrij van stenen en dergelijke en indien van toepassing ingezaaid. Al het overtollige puin, grond, zand, beplantingsresten of afval van de werkzaamheden wordt afgevoerd naar een erkende, gecertificeerde verwerker. Er mag ook geen zand of vuil achterblijven in (mol)goten, lijnafwatering, beplanting en straat- en trottoirkolken (indien nodig dient de netbeheerder deze te reinigen). Eventueel gemaakte bronneringsgaten worden weer opgevuld. De werkomgeving wordt opgeleverd in tenminste de oorspronkelijke staat. De netbeheerder en toezichthouder leveren het tracé gezamenlijk op. Het opleverdocument wordt door beide partijen ondertekend.
Indien tijdens de uitvoering afgeweken wordt van het ingestemde tracé (in horizontale of verticale zin) is hiervoor goedkeuring van de toezichthouder vereist. De netbeheerder stuurt daarna binnen 5 werkdagen een gewijzigde tracétekening met afwijkingsrapport naar het college t.b.v. het instemmings- of vergunningsdossier.
De toezichthouder meldt aan netbeheerder wanneer straatwerk gevaar oplevert voor de omgeving. De netbeheerder herstelt dit na deze melding binnen 2 uur. Indien dit wordt nagelaten wordt dit via de toezichthouder namens het college gedaan.
In de gebieden als aangegeven in Bijlage 3 (Binnenstad) wordt het werkgebied, na beëindiging van elke kalenderdag, afgesloten met een afrastering (betreft hekwerk i.o.m. toezichthouder te bepalen). Alle materialen en hulpmiddelen worden of binnen deze afrastering geplaatst of worden afgevoerd.
Hoofdstuk 8
Artikel 8.1
Werkafspraken en voorwaarden met betrekking tot de uitvoering
Onderdeel van Nadere regel kabels en leidingen gemeente Utrecht