Bij opname van een sleufbedekking van gazon en daarmee vergelijkbare grasvelden en –stroken worden ter breedte van de sleuf regelmatige zoden gestoken. De graszoden worden “groen op groen” opgetast.
Indien afgesproken is dat het college zelf zorg draagt voor het herstel van de sleufbedekking worden de vrijkomende zoden naast de sleuf gelegd.
In bermen waar het steken van regelmatige zoden niet mogelijk is wordt de sleufbedekking (graspollen e.d.) naast de sleuf gelegd. Nadat de kabels of leidingen zijn gelegd en de sleuf tot op de juiste hoogte is aangevuld en verdicht wordt de berm, vrij van stenen en dergelijke, gefreesd en ingezaaid met een door het college goedgekeurd grasmengsel. Bepaling type grasmengsel geschiedt in overleg met de toezichthouder.
De werkomgeving wordt opgeleverd zoals omschreven in artikel 9.1 veertiende lid.
De gedragscode Flora en Fauna wet Ruimtelijke ontwikkeling en inrichting is van toepassing op de Verordening ondergrond: kabels, leidingen en boomwortels gemeente Utrecht. Op basis van de gedragscode dient een plan van aanpak in samenspraak met de toezichthouder, de beheerder Flora en Fauna/Groen en Bomen opgesteld te worden over hoe om te gaan met de aanwezige beschermde flora en fauna. De netbeheerder dient dit plan te hanteren bij de uitvoering van de werkzaamheden.
Hoofdstuk 8
Artikel 8.4
Eisen bij opbreken en herstellen bermen en gazons
Onderdeel van Nadere regel kabels en leidingen gemeente Utrecht