Het college stelt jaarlijks een leningenplafond vast voor het verstrekken van Blijversleningen als bedoeld in artikel 1 sub b.
Blijversleningen zijn alleen beschikbaar tot het maximum van het vastgestelde leningenplafond.
Het college verdeelt het maximaal beschikbare leningenbedrag in volgorde van ontvangst van de geregistreerde, volledige aanvragen.