Het college wijst een aanvraag voor een Blijverslening af, indien:
het leningenplafond is bereikt; of
de werkelijke kosten naar het oordeel van het college niet in redelijke verhouding staan tot het te verkrijgen resultaat; of
de werkelijke kosten minder bedragen dan € 2.500,-; of
er niet is voldaan aan de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften en/of bepalingen.
Het college trekt een toewijzing van een Blijverslening in, indien:
de Blijverslening is toegewezen of vastgesteld op grond van onjuiste gegevens; of
de Blijverslening niet tot stand komt;
de maatregelen waarvoor een lening is aangevraagd zijn uitgevoerd voordat het toewijzingsbesluit is genomen en aan de aanvrager bekend is gemaakt.
Artikel 8
Afwijzen aanvraag en intrekking toewijzing
Onderdeel van Verordening Blijverslening Leidschendam-Voorburg