2.1Bijtincidenten door honden worden gemeld én geregistreerd bij de politie (via het landelijk servicenummer).
Communicatie tussen politie en gemeente verloopt tussen de vaste contactpersonen.
2.2Politie beoordeelt de hond en brengt verslag uit aan de gemeente; de gemeente verstuurt een waarschuwingsbrief
Na een melding van een bijtincident beoordeelt de politie de hond die gebeten heeft. De vaste contactpersoon van de politie-eenheid A1 Noordwest-Fryslân (hierna: vaste contactpersoon politie) stuurt een afschrift van het gespreksverslag en de geregistreerde gegevens aan de vaste contactpersoon van de gemeente Waadhoeke (hierna: vaste contactpersoon gemeente). Wanneer de hond al hinderlijk of gevaarlijk wordt beoordeeld stuurt de gemeente de houder van de hond een officiële waarschuwingsbrief met daarin de afspraken/verplichtingen.
Als het bijtincident dermate ernstig is kan, al dan niet na gezamenlijk overleg, worden besloten dat meteen tot strafrechtelijke inbeslagname van de hond moet worden overgegaan.
2.3Verzoek politie tot aanlijn-/muilkorfgebod bij tweede incident
Na een tweede bijtincident veroorzaakt door dezelfde hond dient de politie een verzoek tot oplegging van een kort aanlijn- en/of muilkorfgebod bij de gemeente in. Dit verzoek is gebaseerd op de bestuurlijke rapportage en geregistreerde gegevens. Zowel de bestuurlijke rapportage als de geregistreerde gegevens worden aan de gemeente verstrekt.
2.4Indienen zienswijze houder bij voornemen aanlijn-/muilkorfgebod
De gemeente toetst het verzoek en de bestuurlijke rapportage en legt het voornemen tot kort aanlijn- en/of muilkorfgebod van de hond voor aan de houder. De houder krijgt gelegenheid om een zienswijze kenbaar te maken.
2.5Besluit tot opleggen van een last (gebod of gedragstest)
Naar aanleiding van de ingediende zienswijze kan worden besloten tot:
oplegging van een kort aanlijn- en/of muilkorfgebod; óf,
het laten uitvoeren van een gedragstest bij de hond.
De gedragstest dient bij een daartoe benoemde gedragskeurmeester te worden uitgevoerd. De kosten daarvan komen voor rekening van de houder.
2.6Bezwaar en beroepsmogelijkheden bij opleggen aanlijn-/muilkorfgebod
Als de houder afziet van een gedragstest, wordt alsnog een besluit tot oplegging van een kort aanlijn- en/of muilkorfgebod genomen. Dat besluit is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, waartegen bezwaar en beroep openstaat. Als het besluit door de houder wordt genegeerd, kan daartegen bestuursrechtelijk worden opgetreden met bestuursdwang of een dwangsom. Ook dat is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, waartegen bezwaar en beroep openstaat.
2.7Inbeslagname van een gevaarlijke hond door de burgemeester
De burgemeester kan besluiten een als gevaarlijk aangewezen hond in beslag te nemen als:
de houder van de hond in strijd met artikel 2:28 van de Apv handelt; en,
vervolgens een nieuw bijtincident met ernstig letsel veroorzaakt.
Naast bovengenoemd bestuurlijk traject is ook het civielrechtelijke traject beschreven.
2.8Inbeslagname hond bij verbreken verplichtingen i.c.m. nieuw bijtincident
Bij overtreding van het korte aanlijn- en/of muilkorfgebod in combinatie met een nieuw bijtincident kan de Officier van Justitie onttrekking van de hond aan het verkeer vorderen. In het uitzonderlijke geval dat tot inbeslagname is overgegaan, gaat het Openbaar Ministerie over tot vervreemden van de hond en zal in het uiterste geval overgaan tot het laten inslapen van de gevaarlijke hond.
2.9Politie informeert partijen als er alleen sprake is van civielrechtelijke schade
Het is mogelijk dat slechts sprake is van een civielrechtelijk schade-incident. De politie wijst dader en slachtoffer van het bijtincident op hun rechten en plichten en adviseert partijen om het schade-incident onderling te regelen.
Artikel 2.
Korte samenvatting van de werkafspraken
Onderdeel van Werkafspraken bijtincidenten honden