De bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan is gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders, voor zover het betreft:
die delen van het omgevingsplan die krachtens het overgangsrecht als omgevingsplan gelden en betrekking hebben op delen van bestemmingsplannen of beheersverordeningen die een wijzigingsbevoegdheid en/of een uitwerkingsplicht (artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening) bevatten, met inachtneming van de hieraan gestelde voorwaarden;
het beleidsneutraal verwerken van door het Rijk of de provincie opgelegde instructieregels;
het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met een omgevingsvergunning voor een voortdurende buitenplanse omgevingsactiviteit als bedoeld in artikel 4.17 van de Omgevingswet;
het beleidsneutraal overzetten van regels uit het Invoeringsbesluit Omgevingswet naar het omgevingsplan (Bruidsschat Omgevingsplan);
het toevoegen van die onderdelen uit de gemeentelijke verordeningen over de fysieke leefomgeving die beleidsneutraal overgeheveld gaan worden naar het omgevingsplan;
beleidsneutrale, juridisch-technische en redactionele aanpassingen en correcties van het omgevingsplan of de onderliggende juridische verwijzingen, allen met geen of geringe invloed op de fysieke leefomgeving;
het aanpassen van informatieproducten van het omgevingsplan;
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Delegatiebesluit wijzigen omgevingsplan en aanwijzing gevallen verzwaard adviesrecht gemeenteraad