Naar hoofdinhoud
1.. Ieder lid van de raad kan een initiatiefvoorstel indienen. Een initiatiefvoorstel wordt alleen in behandeling genomen, indien het schriftelijk bij de voorzitter is ingediend. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college en de overige raadsleden. 2.. Het college kan binnen twee weken nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen. 3.. Een voorstel wordt, nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dat geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst. 4.. Behandeling van het initiatiefvoorstel vindt plaats conform het bepaalde in de artikelen 15 en 17, met dien verstande dat de indiener van het initiatiefvoorstel voor de toepassing van de genoemde artikelen in de plaats treedt van het college c.q. de portefeuillehouder. Bij de behandeling zal de indiener eerst een toelichting geven op het voorstel. 5.. Op een spoedeisend initiatiefvoorstel, inhoudende het ontslag van een wethouder, zijn de bepalingen in dit artikel niet van toepassing. Een dergelijk voorstel kan na instemming van de raad terstond aan de agenda worden toegevoegd.

Rechtspraak bij dit artikel