Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 8

Hoorzitting

Onderdeel van Verordening commissie bezwaarschriften Neder-Betuwe 2022

1.. De voorzitter van de commissie bepaalt in overleg met de secretaris plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen horen. 2.. Indien de secretaris van oordeel is dat een hoorzitting niet noodzakelijk is omdat een ingediend naar zijn mening kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk gegrond of kennelijk ongegrond is, informeert hij de voorzitter zo spoedig mogelijk hieromtrent en communiceert met hem over te ondernemen (vervolg)stappen. 3.. De voorzitter is bevoegd om namens de commissie te besluiten tot het afzien van het houden van een hoorzitting (artikel 7:3 Awb) alsmede het namens de commissie uitbrengen van adviezen aan het verwerend orgaan, strekkende tot het kennelijk niet-ontvankelijk verklaren van ingediende bezwaren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel