In hoofdstuk 3 zal per overtreding worden aangegeven op welke wijze wordt gesanctioneerd. Daarbij gelden een aantal algemene uitgangspunten:
2.1 Stappenplan
Er is sprake van een zogeheten stappenplan. Dat betekent, dat wanneer ondanks een eerdere sanctie wederom een overtreding wordt begaan een volgende zwaarder stap volgt. Dit geldt niet voor de strafbaarstelling van jongeren voor bezit van alcohol in de openbare ruimte (DHW artikel 45).
2.2 Sancties/Instrumenten
De DHW geeft naast bestaande, enkele nieuwe sanctie-instrumenten. Onderstaand schema geeft hiervan een overzicht. De sancties worden vervolgens kort toegelicht.
Bestuursrechtelijke sancties
Onderwerp
Artikel
Intrekken van de DHW-vergunning
31 DHW
Intrekken van de exploitatievergunning
1.6 of 2.28b APV
Schorsen van de DHW-vergunning
32 DHW
Tijdelijke sluiting horeca-inrichting (samen met schorsen DHW)
2.30 APV
Weigering DHW-vergunning op locatie na constatering 31 lid 1 sub b DHW
27 lid 2 DHW
Weigering exploitatievergunning op locatie
2.28a lid 3 APV
Dwangsom/bestuursdwang
125 Gemeentewet
Sluiting van de horeca-inrichting
174 Gemeentewet
Verwijderen van bezoekers
36 DHW
Bestuurlijke boete
44 DHW e.v.
Three strikes out
19a DHW
Intrekken van de vergunning
Het intrekken van de vergunning is onder de nieuwe wet de bevoegdheid van de burgemeester. Tot intrekking kan worden overgegaan als bepaalde verbodsbepalingen uit de DHW niet worden nageleefd (31 lid 2 en 3). Als zich in een inrichting feiten voor doen die gevaar opleveren voor de openbare orde of als niet langer voldaan wordt aan de inrichtingseisen of de eisen gesteld aan de leidinggevende moet de burgemeester tot intrekking van de vergunning besluiten (31 lid 1 DHW). De procedure tot intrekking (schriftelijke waarschuwing/vooraankondiging) en de rechtsbeschermingsmogelijkheden wijzigen niet. Artikel 2.28b sub b APV Ede geeft aan dat bij intrekken of weigeren van de DHW vergunning, de exploitatievergunning ook wordt geweigerd of ingetrokken. De overige intrekkingsgronden staan in artikel 1.6 en 2.28b sub a en c APV Ede.
Schorsen van de vergunning
De burgemeester heeft de mogelijkheid om een DHW-vergunning voor een periode van maximaal 12 weken te schorsen. De lengte van de schorsingsperiode wordt afgestemd op de ernst van de overtreding. Tijdens de schorsing kan de burgemeester geen nieuwe DHW-vergunning verlenen. Bij schorsing wordt gelijktijdig ook de exploitatievergunning geschorst. De schorsing van de exploitatievergunning moet op basis van artikel 2.30 APV Ede.
Weigering vergunning
In artikel 27 staan de weigeringsgronden voor de DHW vergunning. In artikel 2.28a APV Ede de weigeringsgronden voor de exploitatievergunning. Artikel 2.28b sub b APV Ede geeft aan dat bij intrekken of weigeren van de DHW vergunning, de exploitatievergunning ook wordt geweigerd of ingetrokken.
Zowel de exploitatievergunning als de Drank- en horecavergunning kunnen geweigerd worden op locatie. Dit besluit moet tegelijkertijd genomen worden met het besluit dat de vergunningen worden ingetrokken. De weigering op locatie kan tot een periode van vijf jaar worden vastgesteld (artikel 27 lid 2 DHW en artikel 2.28a lid 3 APV Ede).
Bestuursdwang/dwangsom
De sancties bestuursdwang en dwangsom zijn voor de gemeente bekende instrumenten. De bevoegdheid voor het gebruik van deze sancties is gebaseerd op de Gemeentewet. In de praktijk wordt bestuursdwang toegepast om naleving van regels daadwerkelijk af te dwingen. De dwangsom kan worden gezien als een alternatief voor bestuursdwang. De gedachte achter het opleggen van een dwangsom is dat het voortduren van een overtreding wordt beëindigd (of een potentiële overtreding niet zal optreden).
Sluiting van een horeca-inrichting
Dit is een vorm van bestuursdwang. Met dit instrument kan een illegale situatie daadwerkelijk worden beëindigd.
Bestuurlijke boete
De bestuurlijke boete kan door de burgemeester rechtstreeks –zonder tussenkomst van de rechter- worden opgelegd. De boete die wordt geïnd valt toe aan de gemeente. Een bestuurlijke boete kan niet samen met een andere punitieve bestuurlijke- of strafrechtelijke sanctie worden opgelegd. Het kan wel samen met een reparatoire (herstellende) sanctie zoals een last onder bestuursdwang of een last onder bestuursdwang worden opgelegd.
Het Besluit bestuurlijke Boete DHW bevat een overzicht bij welke overtredingen een bestuurlijke boete kan worden opgelegd. In de bijlage bij dit besluit staat welk boetebedrag bij welke overtreding wordt opgelegd. De hoogte van de boete is afgestemd op de ernst van de overtreding, of er sprake is van herhaling en er wordt onderscheid gemaakt naar de grootte van de onderneming.
De toezichthouder stelt een boeterapport op dat met het voornemen opleggen bestuurlijke boete naar de overtreder wordt verzonden. Er is mogelijkheid tot indienen van zienswijze, waarna de burgemeester kan besluiten tot het opleggen van een bestuurlijke boete.
Three strikes out
Three strikes out is een nieuwe sanctiemogelijkheid in de DHW. Deze sanctie houdt in dat de burgemeester de verkoop van alcohol in een supermarkt kan verbieden wanneer deze supermarkt voor de derde maal in één jaar een overtreding van artikel 20, eerste lid DHW begaat (het niet vaststellen van de leeftijd bij de verkoop van alcoholhoudende drank). De burgemeester kan bepalen hoe lang het recht om alcohol te verkopen wordt ontnomen; minimaal 1 week tot maximaal 12 weken. Deze sanctie kan door middel van bestuursdwang geëffectueerd worden.
Strafrechtelijke sancties
Onderwerp
Artikel
Wet Economische Delicten jo diverse artikelen DHW
1 WED
Strafbaarstelling jongeren < 18 jaar
45 DHW
De DHW artikelen 20 (lid 6 en 7) en 45 kunnen alleen via het strafrecht worden afgehandeld. Er kan geen boeterapport voor deze artikelen worden opgemaakt. De afhandeling van deze artikelen verloopt altijd via het OM.
Wet Economische Delicten (WED)
In de WED is een aantal overtredingen van de DHW aangemerkt als een economisch delict. Dit betekent dat bij overtreding ook een strafrechtelijke vervolging kan worden ingesteld en een straf kan volgen. Kenmerk van een strafrechtelijke sanctie is dat de overtreder een straf krijgt opgelegd.
Strafbaarstelling jongeren onder de 18 jaar (DHW)
Op basis van dit nieuwe artikel zijn jongeren onder de 18 jaar zelf strafbaar wanneer zij alcoholhoudende drank aanwezig hebben op voor publiek toegankelijke plaatsen. Het maakt daarbij niet uit of de verpakking geopend is. De strafbaarheid geldt niet in huis, hier ligt de verantwoordelijkheid van alcoholconsumptie bij de ouders. Ook in de supermarkt of slijterij is de jongere niet strafbaar, hier is het de verantwoordelijkheid van de drankverstrekker om geen alcoholhoudende drank aan jongeren onder de 18 jaar te verkopen.
Op alle andere voor publiek toegankelijke plaatsen is de jongere wel strafbaar. Artikel 45 is een strafrechtelijke sanctie. Dit betekent dat de sanctie alleen door een BOA en een politieagent opgelegd kan worden. De sanctieoplegging vindt plaats onder verantwoordelijkheid van het OM. Op overtreding van dit artikel kan een sanctie worden opgelegd uit de 1e categorie (thans €45).
2.3 Overtreding van meerdere artikelen
Het komt voor dat op een gedraging, feit of omstandigheid meerdere stappenplannen van toepassing zijn. In dat geval zal in de regel de zwaarste sanctie volgen. In sommige gevallen kan er ook voor worden gekozen om meerdere sancties tegelijkertijd op te leggen. Bijvoorbeeld wanneer in een café veel geweld plaatsvindt en de uitbater is hierbij actief betrokken.
Dan zal niet alleen zijn zaak worden gesloten ter bescherming van de openbare orde en veiligheid. De exploitant zal tevens ‘ in enig opzicht van slecht levensgedrag’ zijn en kan daarmee niet een nieuwe zaak beginnen of elders als leidinggevende gaan werken. Bij meerdere bestuurlijke boetes worden deze bij elkaar opgeteld.
In de situatie waar een horecagelegenheid in korte tijd meerdere artikelen overtreedt, kunnen stappen uit een stappenplan worden overgeslagen danwel kunnen stappenplannen worden samengevoegd. Bijv. horecagelegenheid overtreedt steeds de sluitingstijden, heeft vervolgens geen leidinggevende in de zaak en er vindt tot slot geweld plaats, dan kunnen bepaalde stappen worden overgeslagen en/of kan sneller tot intrekken van vergunningen worden overgegaan.
2.4 Dwingendrechtelijke bepalingen
Voorts zullen in het beleid stappen zijn opgenomen die direct uit de wet of de verordening volgen. Het gaat om zogeheten dwingendrechtelijke bepalingen. In die gevallen bestaat geen beleidsvrijheid. De stappen zijn volledigheidshalve opgenomen. Het maken van uitzonderingen is echter juridisch niet mogelijk. Deze stappen zijn dan ook geen echte beleidskeuze.
2.5 Beoordelingsruimte
Overheden hebben beoordelingsruimte bij hun wijze van handhavend optreden. Uit de jurisprudentie blijkt, dat de hoofdregel is dat moet worden opgetreden. Hierop zijn slechts weinig uitzonderingen mogelijk. De beoordelingsruimte is dan ook voornamelijk gelegen in de wijze waarop wordt opgetreden. In dit beleid wordt deze beoordelingsruimte nader ingevuld. Vastgelegd wordt op welke wijze wordt opgetreden tegen de meest voorkomende overtredingen. Uiteraard kunnen zich altijd uitzonderingsgevallen voordoen. In die gevallen kan van het beleid worden afgeweken. Hierbij wordt gemotiveerd waarom een lichtere of een zwaardere sanctie wordt gegeven.
2.6 Proportionaliteit
In de handhaving is het wegen van de aard en de ernst van een overtreding het uitgangspunt voor de wijze van sanctionering. Een kleine overschrijding van de terrasgrenzen vraagt een andere sanctie dan een terras waar helemaal geen vergunning voor is verleend. Kortom de sanctie moet evenredig zijn vergeleken met de overtreding. De proportionaliteit komt ook terug in de keuze om bij aanhoudende overtredingen zwaarder te sanctioneren dan bij een éénmalige fout.
2.7 Afwijken van beleid
Er bestaat de mogelijkheid om van het basisbeleid af te wijken. Indien sprake is van verzwarende omstandigheden of excessen kan besloten worden om een zwaardere sanctie op te leggen dan het beleid voorschrijft. Ook is het mogelijk om in onvoorziene uitzonderingssituaties een lichtere of geen sanctie op te leggen. Hiervan zal echter niet snel sprake zijn. In beide gevallen geldt een verzwaarde motiveringsplicht.
2.8 Bijzondere verantwoordelijkheid voor exploitanten en leidinggevenden
Zowel de DHW als de APV stellen specifieke eisen aan de horecaondernemer en zijn leidinggevenden. Aan deze personen worden bijzondere eisen gesteld ten aanzien van ondermeer hun levensgedrag, leeftijd en functioneren. Het zijn dan ook primair deze personen die de rust en orde in en rondom hun horecagelegenheid moeten waarborgen. Ook als de exploitant niet in dienst is, blijft hij verantwoordelijk voor de gang van zaken in en nabij de inrichting die door hem met gebruikmaking van de vergunning wordt geëxploiteerd (zie de uitspraken van de Raad van State van 23-09-2009 (LJNBJ8321) en 22-03-2001 (LJN AP5167)). In de opbouw van de sancties is rekening gehouden met de bijzondere verantwoordelijkheden die bij leidinggevenden en exploitanten berusten.
Artikel Sanctioneringsstappen per overtreding
Artikel Sanctioneringsstappen per overtreding
Onderdeel van Beleidsregel van de burgemeester betreffende het drank- en horeca nalevingsbeleid van de gemeente Ede