Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk en voorzien van een handtekening in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college.
Het college kan binnen 14 dagen nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijke wensen en bedenkingen tot het voorstel ter kennis van de raad brengen.
Nadat het college schriftelijke wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede li gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst. Als de schriftelijk oproep hiervoor reeds is verzonden, wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst.
Hoofdstuk 3.
Artikel 30.
Initiatiefvoorstel
Onderdeel van Reglement van orde van de raad van Geertruidenberg houdende bepalingen over de vergaderingen en werkzaamheden van de raad 2019