Naar hoofdinhoud
1.. Het college kan op aanvraag een tegemoetkoming in de vorm van een subsidie verstrekken aan een organisatie die kosten ter ondersteuning van de naleving van artikel 6.30 van de Tijdelijke regeling maatregelen COVID-19(TRM). Daarbij gaat het om een gedeeltelijke vergoeding van de gemaakte kosten. Hiervoor in aanmerking komende kosten zijn: verschuldigde loonkosten van werknemers en arbeidskrachten; in geval van een niet-commerciële organisatie de verschuldigde vrijwilligersbijdrage; verschuldigd vakantiegeld, verschuldigde pensioenafdrachten en sociale zekerheidslasten, in verband met de loonkosten, bedoeld onder i; in geval van externe inhuur, de kosten van werving, selectie, administratie en aansturing van werknemers en arbeidskrachten; materiële kosten die de controle van het coronatoegangsbewijs en identiteitsdocument faciliteren; verschuldigde BTW, voor zover deze verschuldigd is over de kosten bedoeld onder a. tot en met e. 2.. Onderstaande kosten komen niet in aanmerking: Kosten voor verplichtingen die zijn aangegaan voor 1 januari 2022 of na 26 maart 2022; Kosten voor activiteiten waarvoor al een specifieke uitkering of een andere financiële bijdrage door het Rijk is verstrekt; Kosten van activiteiten waarvoor op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968 recht op aftrek van omzetbelasting bestaat, dan wel recht bestaat op compensatie op grond van de Wet op het btw-compensatiefonds; Kosten die niet samenhangen met de controle van coronatoegangsbewijzen of de ondersteuning daarvan. 3.. Een organisatie komt slechts éénmaal in aanmerking voor een tegemoetkoming op grond van onderhavige beleidsregel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel