Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Circulaire (beeld)kwaliteit en inspiratie

Onderdeel van Beleidsregel Circulair Kwaliteitsplan Heesch West

Een belangrijke ambitie van de Gemeenschappelijke Regeling is dat Heesch West het meest duurzame bedrijventerrein van Noord Brabant is. Dat uit zich op allerlei manieren. Onder andere in het water- beheer, duurzame energieopwekking en de inrichting van het openbaar- gebied en het landschapspark. De beeldkwaliteit van het openbare gebied en het landschapspark zijn uitgewerkt in het landschapsplan Heesch West. Ook afspraken over de beeldkwaliteit van kavels en gebouwen zijn nodig om een aantrekkelijk werklandschap te maken waarin het prettig werken en recreëren is en die meerwaarde biedt voor het bedrijventerrein en de omgeving. Een belangrijk verschil met een traditioneel beeldkwaliteitsplan is dat dit een circulair kwaliteitsplan is. De beeldkwaliteit geeft uitdrukking aan de circulaire ambitie. Bovendien beperkt het zich niet tot alleen ruimtelijke en duurzame ambities voor gebouwen en openbare ruimte. Het gaat ook over bijvoorbeeld de circulaire aspecten van de bedrijfsvoering en inrichting van het bedrijfsperceel. Het nationaal beleid 2030 is daarbij het referentiekader, zoals bijvoorbeeld het grondstoffenakkoord, aandeel duurzame energie 70%, klimaatadaptief bouwen en duurzame mobiliteit. Deze ambities stellen we nu al zoveel mogelijk als uitgangspunt. Sommige van die doelen kunnen nu al worden behaald of soms nog meer, andere ambities worden in elk geval zoveel mogelijk bevorderd. De bijbehorende oplossingen zijn soms nog volop in ontwikkeling. Om ruimte te geven aan vernieuwende oplossingen worden in dit circulair kwaliteitsplan vooral de ambities benoemd en worden er inspira- tiebeelden gegeven. De filosofie van Heesch West is om samen, overheden, marktpartijen en omgeving, in co-creatie tot toekomstbestendige oplossingen te komen die passen bij de ambities. Bij de beeldkwaliteit onderscheiden we de beeldkwaliteit in de openbare ruimte waaronder het landschapspark en de ontsluitingsstructuur buiten het bedrijventerrein- en de beeldkwaliteit op de kavelzones. De beeldkwaliteit van de openbare ruimte en het landschapsplan wordt in het landschapsplan besproken. Op kavel en gebouwniveau wordt een onder- scheid gemaakt in de beeldkwaliteit op de zichtlocaties in de westzone en de zuidzone en de overige kavelzones. De beeldkwaliteit op de kavel en in het openbaar gebied van de westzone en de zuidzone is een belangrijke drager voor de uitstraling van Heesch West. Dat betekent dat in deze gebieden veel meer wordt gevraagd van de kwaliteit van de ruimtelijke uitstraling naast de duurzaamheid. In de overige kavelzones wordt de beeldkwaliteit meer op hoofdlijnen geregeld. Belangrijk is dat de ruimtelijke uitstraling hier een gezicht geeft aan duurzame ontwikkeling en circulaire economie. Noodzakelijk voor de ruimtelijke uitstraling is bijvoorbeeld rust in het kleurge- bruik en de positie van de gebouwen op het perceel en in zijn omgeving. Op de zichtlocatie, ten westen van de Koksteeg, is oriëntatie en ligging van de bebouwing van belang, evenals een bepaalde massavorming, erfafscheiding, positie van het parkeren en eventuele opslag op het terrein. Hier wordt letterlijk het aan- trekkelijke gezicht van het bedrijventerrein gemaakt. In de openbare ruimte wordt gekozen voor inheemse beplanting, robuuste groen- en waterstructuren die geïnspireerd zijn op de beplantingsstroken die er in het huidige gebied aanwezig zijn en in veel gevallen worden behouden en versterkt. In de ontsluitingsstructuur ligt het accent op een rustige ligging in het landschap met zo min mogelijk verstoringen in de ruimtelijke beleving in het wijde landschap. Bijvoorbeeld door juist niet te kiezen voor hoge lantaarnpalen die de loop van de weg in het landschap nadrukkelijk markeren. Hierna wordt de beeldkwaliteit en duurzaamheid per deelgebied beschreven. 4.1 Stedenbouwkundige opzet De stedenbouwkundige opzet van het bedrij- venterrein deelt het gebied op in vijf kavelzo- nes (westzone, middenzone west, middenzone oost, oostzone en zuidzone). Deze zones worden door het landschap ingekaderd met robuuste groen randen. De westzone wordt ontsloten vanaf de buitenzijde van het gebied. De Parksingels ontsluiten de zones vanaf de Bosschebaan. Centraal in het gebied ligt het Parkhart. De westzone grenst aan het open buitenge- bied en is vanaf de autosnelweg zichtbaar. Daarmee vormt dit gebied een zichtlocatie. In het gebied kunnen ook kleinere percelen uitgegeven worden. Om deze percelen te bereiken kan een interne route door de westzone gerealiseerd worden. Aan de oostzijde grenst het gebied aan de Koksteeg. De Koksteeg vormt van oudsher een landelijke historische verbinding. De middenzones en de oostzone grenzen aan de noordzijde aan de Bosschebaan en aan de zuidzijde aan het Parkhart. De oostzone ligt met de achterzijde aan een houtwal met daarach- ter het zonnepark van de Achterste Groes. De zuidzone ligt aan het Parkhart en wordt aan de achterzijde ingesloten door een robuuste bosstrook. Deze zone wordt eveneens ontsloten vanaf de Parksingels. Voor de hoogte van bebouwing is een even- wicht gezocht in de landschappelijke inpassing van het bedrijventerrein en de optimale bedrijfsmatige inrichting van de bebouwing. Dat heeft er toe geleid dat de bouwhoogte aan de randen (in de west- oost- en zuidzone) een maximale bouwhoogte hebben van 20 meter. In het middengebied is een bouw- hoogte mogelijk tot 25 meter. In afwijking daarop is het mogelijk om in de noordwest hoek van de westzone bebouwing op te richten tot 30 meter (zie afbeelding 4.3). Een hogere bebouwing is daar gewenst om de herkenbaarheid en de uitstraling van het bedrijventerrein Heesch West te vergroten. Om de ruimtelijke uitstraling van deze locatie voldoende tot zijn recht te laten komen wordt hier een minimale bouwhoogte aangehouden van 20 meter. Voor de middenzone-oost en middenzone- west geldt eveneens een mogelijkheid om tot een hogere bouwhoogte te komen. Als het vanuit bedrijfsmatig processen nodig is om tot een hogere bouwhoogte te komen, dan is dit mogelijk tot maximaal 30 meter, over een maximale gevelbreedte van 20 meter aan alle zijden. Waarschijnlijk is dat een eventueel hoogteaccent verder terugligt van de voor- gevel. Daardoor zal deze vanuit het openbaar gebied visueel minder aanwezig zijn. Wanneer aan de parkhartzijde een hogere bouwhoogte wordt gerealiseerd heeft dit wel impact op het zicht vanuit het park. Om die reden kunnen er aanvullende eisen worden gesteld aan de architectuur en de uitstraling van de bebouwing. Eveneens is het in dezelfde middenzones mogelijk om ten behoeve van installaties een bouwhoogte te realiseren van 35 meter. Dit is echter niet mogelijk binnen een afstand van 50 meter tot de parkzone, vanwege het zicht vanuit het park. Op afbeelding 4.3 zijn de reguliere bouwhoogtes aangegeven. Voor het presentatieniveau is een onderscheid gemaakt tussen bedrijfslocaties met een representatief karakter en locaties die minder representatief zijn. Daarbij is de zichtlocatie in de westzone het belangrijkst. Hier toont het bedrijventerrein zich naar de omgeving. Om die reden is het ook mogelijk om een hoger gebouw te realiseren. De bebouwing maakt het bedrijventerrein herkenbaar en zal de bebouwing het duurzame karakter van het bedrijventerrein benadrukken. Omdat de bebouwing al van verre zichtbaar is worden hier hogere esthetische eisen gesteld dan op het overige bedrijfsterrein. De zichtlocatie heeft het hoogste representatieve karakter en kent een hoogwaardige architectuur. Naast de zichtlocatie zijn op het bedrijventerrein meer straatwanden waarvoor een repre- sentatief karakter wordt gevraagd. Het zijn de locaties die van invloed zijn op het beeld van het bedrijventerrein. Concreet zijn dit de gevels die aan het landschapspark liggen en daarbij in het zicht zijn en de gevels die de entree vormen tot de Parksingels (zie afbeelding 4.4). Van alle gevels op Heesch West wordt verwacht dat het beeld hoogwaardig is. Aan gevels die ingebed zijn in een groene omgeving (houtwal of bosstrook) worden geen eisen gesteld. Het volgende onderscheid kan gemaakt worden tussen ‘representatief en hoogwaardig’ en ‘hoogwaardig’. Zone Representatief en hoogwaardig De bebouwing richt zich op de omgeving het aspect duurzaamheid moet duidelijk zichtbaar in het ontwerp.; De bedrijven zijn met de voorzijde georiën- teerd op het openbaar gebied. Daaraan liggen ook de meest publieke ruimtes van het bedrijf; Op hoeksituaties is sprake van representatieve uitstraling naar beide zijden; Hier worden eisen gesteld aan massa-op- bouw, situering, duurzame uitstraling, circulariteit en kleurstelling; De inrichting van het voorterrein van het bedrijfsperceel draagt bij aan de groene uitstraling van het bedrijventerrein. Deze sluit aan bij de inrichting van het openbaar gebied. Zone Hoogwaardig De oriëntatie van de bebouwing ligt op de doorgetrokken lijn; De bebouwing richt zich op de singles bedrijven aan de parksingels ontsluiten ook op de singel; Er worden geen eisen gesteld aan massaopbouw en geleding, wel worden eisen gesteld aan duurzaamheid, circulariteit en kleurstelling; De inrichting van het voorterrein van het bedrijfsperceel draagt bij aan de groene uitstraling van het bedrijventerrein. Deze sluit aan bij de inrichting van het openbaar gebied. De nadere bepaling van de bovengenoemde aspecten voor de “zone representatief en hoogwaardig” en de “zone hoogwaardig” is verder uitgewerkt in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk 4. De aspecten bebouwing en presentatie zijn ook benoemd in het vooraf- gaande van paragraaf 4.1. 4.2 Beeldkwaliteit westzone Positie, hoogte, oriëntatie en uitstraling gebouwen Voor de representativiteit van de zichtloca- tie is het van belang dat de hoofdgebou- wen op gelijke afstand tot de ontsluiting staan, dat ze georiënteerd zijn op deze ontsluiting en dat ze dichtbij de ontsluiting staan (minimaal 18 en maximaal 25 meter uit de perceelsgrens). Het eerste gebouw dat gebouwd wordt bepaalt de precieze ligging van deze bebouwingslijn. Bij hoeklocaties geldt dat de oriëntatie aan de westzijde voorrang heeft en dat de oriëntatie op de andere zijde niet hoeft te voldoen aan de genoemde afstand hierboven. De bebouwing heeft een representatieve, hoogwaardige uitstraling en presenteert zich als een stevige bouwmassa op de zichtlocatie. Het aspect duurzaamheid moet duidelijk zichtbaar in het ontwerp verwerkt zijn. Hoogte-accent is gewenst op de hoek bij A59 die het bedrijventerrein markeert. Maximale hoogte van dit accent is 30 meter. Minimale hoogte is 20 meter. Het gebied waar dit geldt, is aangegeven met een vlak op de verbeelding. Deze hoogtes gelden voor tenminste 1 gebouw. Andere gebouwen binnen dit vlak hoeven overigens niet aan deze eisen te voldoen. Wanneer binnen de zone meer gebouwen komen moet sprake zijn van een evenwichtig beeld. De minimale afstand tot de zijwaartse en achterste perceelgrens is 5 meter. Kleurstelling en (duurzame) materialisering gebouwen Gevels gebouwen in midden grijstinten en/of groene (planten!) gevels zijn toegestaan. De kleuren van laaddeuren zijn terug- houdend en harmoniëren goed bij de midden-grijstinten van de gevel. Andere kleuren zijn toegestaan als onder- geschikt kleuraccent in de gevel. Met ondergeschikt wordt ook echt ondergeschikt bedoeld. Dus maximaal 10% van het geveloppervlak. Gevels bekleed met een vorm van zonne- panelen of andere energieopwekking zijn eveneens toegestaan. Ook een houten gevel of geveldelen is voorstelbaar zolang er sprake is van duurzaam houtgebruik. De vijfde gevel, het dak moet een duur- zame functie hebben. Uitgangspunt is dat minimaal 80% van het totale dakoppervlak wordt gebruikt om op duurzame wijze energie/warmte/koude op te wekken. De dakconstructie moet hiervoor geschikt zijn. Bijvoorbeeld voor zonnepanelen, groen- dak, wateropvang of andere duurzame oplossingen. De ambitie is toepassing materialen con- form ambitie grondstoffenakkoord 2030. Dat betekent 50% minder primaire grond- stoffengebruiken. Dit kan bijvoorbeeld door toepassing van biobased materialen, door minimalisering materiaalgebruik maar ook door hergebruik van te verwijderen beplan- ting of andere te verwijderen materialen uit het gebied of de regio van de woningen en schuren die afgebroken worden. Eventuele afwijking moet worden gemotiveerd. 4.3 Beeldkwaliteit midden- oost- en zuidzone Positie, hoogte, oriëntatie en uitstraling gebouwen De gebouwen staan op minimaal 20 meter van de voorste perceelsgrens. De 20 meter bebouwingsvrije ruimte is noodzakelijk om de waterbergingsopgave op eigen terrein te faciliteren in samenhang met naastgele- gen bedrijven. In de middenzone-oost en de middenzone- west is een hoogteaccent: Per bedrijf mag er maximaal 1 gebouw(deel) 30 meter hoog worden. Dit gebouw(deel) heeft een maximale gevellengte van 20 meter aan alle zijden. Vanwege het zicht vanuit het park kunnen aanvullende eisen worden gesteld aan architectuur en uitstraling van de bebouwing. In de middenzone-oost en middenzone-west is ten behoeve van installaties plaatselijk een maximale hoogte van 35 meter mogelijk, met uitzondering van de percelen die binnen 50 meter uit de zijde van het parkhart liggen. De minimale afstand tot zijwaartse en achterste perceelsgrens is 5 meter. Gebouwen zijn georiënteerd op en ont- sloten aan de Parksingels. De bebouwing moet representatief zijn. De bebouwing in de oostzone vormt zoveel mogelijk een aaneengesloten wand om geluid naar de omgeving te weren. Bij hoeksituaties is er sprake van een dubbel oriëntatie. Er is een oriëntatie zowel op de Parksingel als op de Bosschebaan en Raktstraat. Dit zijn de plekken waarop nadrukkelijk de circulaire kwaliteiten van Heesch West in de architectuur zichtbaar gemaakt moet worden. De bebouwing aan de Bosschebaan ligt aan de hoofdontsluiting. Deze bebouwing heeft een rustige stedelijke wand. Gezien de gevellengte kunnen er aanvullende eisen worden gesteld aan de geleding van de gevelwand. Kleurstelling en (duurzame) materialisering gebouwen Gevels gebouwen in midden grijstinten en- of groene (planten!) gevels zijn toegestaan. De kleuren van laaddeuren zijn terug- houdend en harmoniëren goed bij de midden-grijstinten van de gevel. Andere kleuren zijn als ondergeschikt kleuraccent in de gevel. Met onderge- schikt wordt ook echt ondergeschikt bedoeld. Dus maximaal 10% van het geveloppervlak. Gevels bekleed met een vorm van zonnepanelen of andere energie-opwekking zijn eveneens toegestaan. Ook een houten gevel of geveldelen is voorstelbaar zolang er sprake is van duurzaam houtgebruik. De vijfde gevel, het dak moet een duur- zame functie hebben. Uitgangspunt is dat minimaal 80% van het totale dakoppervlak wordt gebruikt om op duurzame wijze energie/warmte/koude op te wekken. De dakconstructie moet hiervoor geschikt zijn. Bijvoorbeeld voor zonnepanelen, groen- dak, wateropvang of andere duurzame oplossingen. De ambitie is toepassing materialen con- form ambitie grondstoffenakkoord 2030. Dat betekent 50% minder primaire grondstoffen gebruiken. Dit kan bijvoorbeeld door toepassing van biobased materialen, door minimalisering materiaalgebruik maar ook door hergebruik van te verwijderen beplan- ting of andere te verwijderen materialen uit het gebied of de regio van de woningen en schuren die afgebroken worden. Eventuele afwijking moet worden gemotiveerd. 4.4 Beeldkwaliteit Zoggelsestraat en Koksteeg De beeldkwaliteit van de kavels en het open- bare gebied van de Zoggelsestraat en de Koksteeg wordt integraal beschreven in het landschapsplan. Dit omdat de bebouwingsmo- gelijkheden een sterke verwevenheid hebben met de landschappelijke inpassing van de percelen. 4.5 Algemene aspecten van bebouwing en inrichting Niet alleen de beeldkwaliteit van de gebouwen en de inrichting van het openbaar gebied bepaalt het beeld van het bedrijventerrein. Ook inrichtingsaspecten van de buitenruimte van het bedrijfsperceel draagt daar aan bij en ook meer ondergeschikte bouwdelen zijn van invloed op de uitstraling van Heesch West. De weergegeven aspecten zijn algemeen van aard en gelden voor alle zones. Ondergeschikte bebouwing en bouwdelen zoals sprinklerinstallatie, dakinstallatie en stallingsruimte Sprinklertanks worden zodanig gepositio- neerd dat deze niet vanaf de openbare weg te zien zijn. Mocht dit vanuit bedrijfs- matig oogpunt niet mogelijk zijn moeten deze worden opgenomen in de architec- tuur of kan er eventueel een bijzondere betekenis aan worden gegeven. Dakinstallaties, schoorstenen en andere ondergeschikte bouwdelen worden zodanig geplaatste dat deze vanuit de omgeving zo min mogelijk zichtbaar zijn. Geen losse, nergens mee samenhangende pijpen, buizen etc. Fietsenstalling maken onderdeel uit van de hoofdmassa. Wanneer dit vanuit bedrijfsmatig oogpunt niet mogelijk is kan ontheffing worden verleend. Deze stallingen moeten dan een duurzaam karakter hebben, een hoogwaardige uitstraling en zijn transparant. Deze mogen dan ook voor de rooilijn komen als ze niet hoger zijn dan 3,5 meter en voldoen aan bovenstaande kwaliteitseisen. Een carportachtige voorziening is met ontheffing ook mogelijk onder dezelfde voorwaarden als die van de fietsenstalling. Reclame Alleen op gevels, meeontworpen met de architectuur van het gebouw. NB het is nadrukkelijk niet de bedoeling het hele gebouw bijvoorbeeld jumbo-geel of bol.com blauw te maken! De reclame moet een rustige uitstraling hebben. Knipperende reclame en/of continue wisselende beelden of reclame met felle lichtuitstraling past niet bij een duurzaam bedrijfsterrein. Voor de omgeving en het landschap is dit eveneens ongewenst. Bij entree bedrijfsperceel 1 reclame-uiting per bedrijf, maximaal 1,5 meter hoog. Bij entree bedrijventerrein 1 verzamelbord per zijde, maximaal 4 meter hoog en 1 meter breed. Maximaal 4 vlaggenmasten per bedrijfsperceel van maximaal 7 meter hoog zijn toegestaan, mits in rijopstelling geplaatst. Opslag Buitenopslag is niet zichtbaar vanaf de openbare weg. Deze kan plaats vinden op ten minste 5 meter achter de voorgevel van het hoofgebouw. De buitenopslag moet aan het zicht worden onttrokken door een groene wal, beplanting of houtwal die, op eigen terrein, voor de buitenopslag is geplaatst. Wanneer voor een wand wordt gekozen zal deze aan de straatzijde ingepast wor- den met beplanting of door een houtwal. Maximale hoogte van de buitenopslag (inclusief containers) is 4 meter. Parkeren en buitenterrein Voldoende parkeren voor bezoekers, werknemers en vrachtwagens. Dit is volledig op eigen terrein waarbij vrachtwa- gens tenminste 5 meter achter de voorste bebouwingsgrens parkeren en niet aan de voorzijde. In de openbare ruimte mag niet worden geparkeerd. In de inrichting van de open- bare ruimte zal parkeren fysiek onmogelijk gemaakt worden. In de westzone heeft het de uitdrukkelijke voorkeur om het parkeren, vervoer en expeditie aan de zijkant of achterzijde van het gebouw te situeren. Het bezoekerspar- keren is aan de voorzijde wel mogelijk. Oplaadmogelijkheden zijn op eigen terrein. Op het voorterrein wordt een deel van de wateropgave op eigen terrein opgelost. Dat kan gecombineerd worden met parkeren en/of met het groen op eigen terrein. Tenminste 20% van het voorterrein (terrein tussen de perceelsgrens en de voorgevel) direct grenzend aan de openbare ruimte, wordt groen ingericht. De robuuste groenstructuur met inheemse beplanting van de openbare ruimte wordt voortgezet op het terrein. Geen vertuining van de voorterreinen. Voor de westzone waar de percelen gren- zen aan de Koksteeg geldt een uitzondering. De gevel ligt op 20 meter uit de achterste kavelgrens. Deze zone aan de achterzijde van het perceel wordt voor minimaal 20% groen ingericht. De groene relatie aan de zijde van de Koksteeg is namelijk ruimtelijkvan meer belang dan aan de straatzijde van de interne ontsluiting westzone. Tenminste 20% van de oppervlakte van het totale terrein wordt groen ingericht. Het groen van de openbare ruimte wordt voortgezet op het terrein. Creatieve oplos- singen zoals ook groene gevels of dubbel grondgebruik worden gewaardeerd. Voor de wijze van interpretatie en berekening van de groenscore wordt verwezen naar de bijlage Bijlage Groenscore Systematiek. De groennormen voor de voorterreinen, of aan de achterzijde ingeval grenzend aan de Koksteeg, telt mee in de 20%-norm voor het hele perceel. Inritten Inritten vanaf de westzone naar de Koksteeg zijn niet toegestaan. Bedrijven mogen alleen inritten maken naar de Parksingels en niet naar de Bosschebaan of de Raktstraat. De ambitie is dat het groene beeld van de openbare ruimte zoveel mogelijk intact blijft. Dat betekent zo min mogelijk doorsnijdingen van het openbaar groen en zo efficiënt mogelijke bundeling van verkeer en/of zo smal mogelijke doorsnijdingen van het openbaar groen. maximaal 3 inritten per bedrijfsperceel. De positionering en grootte van de inritten zal in overleg worden bepaald. Er wordt maatwerk geleverd. De afstanden tussen de inritten moet vol- doende groot zijn zodat het groen ertussen van waarde is. aparte toegang voor fietsers is mogelijk en telt niet mee bij bovenstaande eisen. Licht De ambitie is visueel zo min mogelijk lichtbelasting, dit om de natuur en het landschap zo min mogelijk te verstoren. De ambitie is zo min mogelijk energie te gebruiken voor verlichting door toepassing van bijvoorbeeld duurzame ledverlichting. Licht op bedrijfshallen moet naar beneden of schuin naar beneden schijnen Bij voorkeur komen er geen vrijstaande lichtmasten op de bedrijfspercelen maar alleen verlichting in of laag bij de grond en aan de gebouwen. Als het noodzakelijk is vanuit veiligheidsoogpunt om toch licht- masten te plaatsen dan geldt dat deze van het groen afgekeerd moeten zijn. Erfafscheiding Open spijlenhekken, kleur antraciet, tenminste op het voorterrein van het bedrijfsperceel en op die plekken die grenzen aan openbaar gebied; hoogte 2,5 meter. 4.6 Beeldkwaliteit ontsluiting In deze paragraaf staat de algemene uitgangs- punten ten aanzien van de ontsluiting. De vorm-geving en de uitwerking is nauw verbonden met de inrichting van het openbare gebied. Deze is opgenomen in het landschapsplan. Uitgangspunten ontsluiting De ontsluiting parallel aan de A59 is eenduidig van karakter en sluit aan bij de natuurlijke uitstraling op het bedrijventerrein. Deze weg is niet dominant in het beeld van het landschap aanwezig. De ontsluitingswegen op het bedrijven- terrein prikken op twee plekken vanaf het noorden het gebied in volgens het paperclip-principe. Daarnaast is er nog een ontsluiting parallel aan de Koksteeg. In beeld en materialisering komt het thema duurzaamheid tot uiting. De ambitie is toepassing materialen conform ambitie grondstoffenakkoord 2030. Dat betekent 50% minder primaire grondstoffen gebruiken. Dit kan bijvoorbeeld door toepassing van biobased materialen, door minimalisering materiaalgebruik maar ook door hergebruik. Eventuele afwijking moet worden gemotiveerd. De routes zijn efficiënt met zo minimaal mogelijke oppervlakte aan verharding. Visueel zo min mogelijk belasting van verlichting en technische voorzieningen zoals vangrails. Langzaam en recreatief verkeer zijn gekoppeld aan grote groenstructuren en gescheiden van (vracht)autoverkeer. Hergebruik delen van bestaande routes in het gebied als langzaam verkeersroute (koksteeg, Raktstraat, landbouwpad tussen Nulandse Weerscheut en weerscheut, landbouwpad vanaf koksteeg richting weerscheut). Parkeren In de openbare ruimte, bijvoorbeeld naast of op de wegen op het bedrijventerrein, mag niet geparkeerd worden. In de inrich- ting van de openbare ruimte zal parkeren fysiek onmogelijk gemaakt worden. Licht en vangrails De ambitie is visueel zo min mogelijk licht- belasting om de natuur en het landschap zo min mogelijk te verstoren. Het licht is bij voorkeur in de rijbaan of heel laag bij de grond tenzij vanuit verkeers- veiligheid dit niet gewenst is, bijvoorbeeld bij rotondes en kruisingen. Een lange rij lantaarnpalen vanaf de snelweg naar het bedrijventerrein is niet de bedoeling. De ambitie is zo min mogelijk energie te gebruiken voor verlichting door toepassing van bijvoorbeeld duurzame ledverlichting. Geen vangrails langs de ontsluiting. Een uitzondering is mogelijk als dat noodzakelijk is vanwege de verkeersveiligheid. Een houten vangrail sluit dan aan op het duurzame karakter van het bedrijventerrein. Beeldende kunstwerken duurzaamheid Op enkele punten op het bedrijventerrein komen beeldende kunstwerken die zicht- baar maken dat duurzaamheid en circu- laire economie een belangrijke rol spelen op dit terrein. Ze vormen een herkennings- punt voor het terrein. Uitgangspunt is een samenhangende beeldtaal, ook in relatie met de kunstwerken zoals genoemd in het landschapsplan. Meubilair en voorzieningen De beeldkwaliteit van meubilair en voorzieningen is uitgewerkt in het landschapsplan. 4.7 Uitzonderingsregel Soms zijn er goede en gewenste ontwikkelin- gen die je van te voren niet hebt kunt beden- ken en waar geen rekening mee gehouden is bij het opstellen van de beeldkwaliteit regels. Dan is er maatwerk mogelijk. Als er een ontwikkeling is helemaal in de geest van het plan, hoogwaardig, duurzaam, groen en die tot een betere beeldkwaliteit leidt, dan is afwijking van de regels toegestaan. Onder begeleiding door het circulair kwaliteitsteam wordt deze afweging gemaakt zodat er geen willekeur is maar een weloverwogen beslissing. In hoofdstuk 5 Proces en Ontwikkeling is aangegeven hoe de ambities voor Heesch West worden geborgd en afgewogen.

Rechtspraak bij dit artikel