Naar hoofdinhoud
1.. De orde gedurende een commissievergadering wordt bepaald door de voorzitter. 2.. De orde is mede afhankelijk van de aard van de commissievergadering en geldt voor zowel de leden van de vergadering, de leden van het college en derden. 3.. De leden van de vergadering kunnen op enig moment besluiten dat derden mogen deelnemen aan de beraadslaging in de commissievergadering. 4.. Vragen van feitelijke aard (technische vragen) over het voorliggende voorstel worden niet gesteld in de commissie. Deze vragen kunnen voorafgaand aan de commissie uiterlijk op de dinsdag na de publicatie van de stukken via de griffie worden gesteld. 5.. Een lid van de vergadering kondigt reeds bij de bespreking van het aanhangig voorstel in de commissie aan dat een of meerdere motie(s) en/of amendement(en) zal (zullen) worden ingediend en licht deze toe. 6.. De aangekondigde moties en/of amendementen worden uiterlijk op de vrijdagochtend na de commissie per mail bij de griffie ingediend. De griffie zorgt voor de verdere verspreiding en verzoekt het college om een pre advies. 7.. In de volgende commissie worden de ingediende moties en/of amendementen besproken. 8.. De in een commissie voor besproken moties en/of amendementen en preadviezen worden na bespreking doorgeleid naar de eerstvolgende raadsvergadering voor stemming als de indiener heeft aangegeven deze motie en/of amendement te handhaven en de commissie concludeert dat het besluitrijp is. 9.. Als de commissie in meerderheid concludeert dat een voorstel voldoende besproken is, concludeert de commissievoorzitter expliciet dat een onderwerp alvast op de concept-agenda van de eerstvolgende raadsvergadering wordt gezet, zodat er geen onnodig tijdsverlies ontstaat door de publicatietermijn van 10 dagen.

Rechtspraak bij dit artikel