Naar hoofdinhoud

Artikel 1.9

Artikel 1.9

Onderdeel van Gedragscode raadsleden en fractievolgers gemeente Arnhem

De griffier van de raad draagt zorg voor een geactualiseerde openbare lijst met gemelde financiële belangen van raadsleden. Toelichting per artikel Artikel 1 Belangenverstrengeling De wetgever heeft raadsleden op vier manieren bescherming geboden tegen de verleiding van belangenverstrengeling en tegen de schijn ervan: 1. De wetgever geeft ten eerste aan dat de gemeenteraad als bestuursorgaan zijn taak zonder vooringenomenheid moet vervullen. De wetgever geeft de gemeente- raad de verantwoordelijkheid ervoor te waken dat persoonlijke belangen van raads- leden de besluitvorming niet beïnvloeden. Met persoonlijk belang (zie artikel 1.2) wordt gedoeld op ieder belang dat niet behoort tot de belangen die raadsleden uit hoofde van hun taak behoren te vervullen. Deze waakzaamheid geldt ook als het gaat om de schijn van belangenverstrengeling. Het gaat bij een persoonlijk belang dus niet alleen om – zoals vaak gedacht – ‘persoonlijk gewin’ of ‘persoonlijk voordeel’ (ook niet-financieel) of ‘persoonlijke financiële inkomsten’. Het kan ook gaan om iets als een belang van een familielid of vriend(in)Raadsleden moeten dus beoordelen of er sprake is van een persoonlijk belang waardoor belangenverstrengeling ontstaat die de besluitvorming onterecht kan beïnvloeden. De wetgever doet een beroep op de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad als geheel om ervoor te waken dat persoonlijke belangen van zijn leden de besluit- vorming niet beïnvloeden. Deze verplichting geldt gedurende het gehele proces van besluitvorming en niet alleen tijdens de stemming. 1Agressie of geweld van burgers tegen politieke ambtsdragers kan de besluitvorming beïnvloeden. Een politieke ambtsdrager mag zich ook door agressie en geweld niet laten beïnvloeden. In voorkomende gevallen wordt aangeraden contact op te nemen met de griffier of gemeentesecretaris. Politieke ambtsdragers struikelen soms in gevallen waarin er ‘slechts’ sprake is van de schijn van belangenverstrengeling. Bij de ‘schijn’ is er in strikte zin geen sprake van het behartigen van een persoonlijk belang maar gedraagt een ambtsdrager zich op dusdanige wijze dat deze de schijn oproept (in de jurisprudentie is er dan sprake van ‘bijkomende omstandigheden’). Dit kan in de context van de gemeenteraad bijvoorbeeld het geval zijn door het inbrengen door een raadslid van amendementen op een dossier dat dichtbij komt voor dit raadslid. Het is dan ook in het belang van politieke ambtsdragers zelf dat dit voorschrift zo expliciet in de gedragscode is opgenomen. 2. De wetgever verbiedt raadsleden vervolgens expliciet te stemmen als er sprake is van een aangelegenheid waarbij een raadslid een persoonlijk belang heeft. De wetgever probeert daarmee uit te sluiten dat een raadslid meestemt als sprake is van belangenverstrengeling. 3. In een aantal gevallen vindt de wetgever dat die bescherming door het verbod te stemmen niet ver genoeg gaat. In die gevallen verbiedt de wetgever raadsleden expliciet bepaalde welomschreven functies te bekleden, rollen te vervullen en (rechts)handelingen uit te voeren. In de artikelen 1.4 en 1.5 van deze gedragscode wordt naar die verboden verwezen. In de bijlage van deze gedragscode treft u een opsomming aan regelgeving die samenhangt met de integriteit van raadsleden, waaronder de verboden combinaties van functies en verboden overeenkomsten en handelingen. Het wordt dringend aangeraden de bijlagen nauwkeurig te bestuderen. 4. De wetgever eist van raadsleden dat zij alle functies openbaar maken die zij vervullen naast het raadslidmaatschap. Op die manier wordt het voor andere raads- leden, bestuurders, fractievoorzitters, partijbestuurders, de griffier en de gemeentesecretaris mogelijk een raadslid te waarschuwen voor kwesties waarin (de schijn van) belangenverstrengeling dreigt. Ook de pers en de burger kunnen zo hun controlerende taak uitoefenen. Daarom is in deze gedragscode ook verordon- neerd dat raadsleden tevens al hun substantiële financiële belangen bekendmaken bij ondernemingen die zakendoen met de gemeente. Artikel 1 Belangenverstrengeling en netwerkbewustzijn De neiging bestaat om per actie van het raadslid te beoordelen of dit mag op basis van de Gedragscode en de Gemeentewet. Dit is nuttig en zelfs noodzakelijk in de beoordeling of een handeling zelf als een schending te duiden is. Het tegengaan van veelvoorkomende schendingen vraagt echter ook om transparantie over en bewust- zijn van de netwerken waarin men zich beweegt. Ter bevordering van de transparantie vereist de gemeentewet dat nevenfuncties gedeeld worden en vraagt deze code daarenboven dat substantiële belangen gedeeld worden. Netwerkbewustzijn vraagt daarnaast ook dat raadsleden zich bewust zijn van hun netwerken en de risico’s van sympathieën en loyaliteiten binnen netwerken die tot ‘blinde vlekken’ in het handelen van raadsleden kunnen leiden. De praktijk van de lokale politiek laat zien dat raadsleden en bestuurders vaker een scheve schaats rijden precies door de aanwezigheid van netwerken waarin normen van wederkerigheid werkzaam zijn, die ervoor zorgen dat leden uit het netwerk elkaar bevoordeelden en andere partijen (on)bedoeld uitsluiten. Praktijkvoorbeelden Voorbeeld 1 Een raadslid is voorzitter van een voetbalvereniging. Mag het raadslid het raadslid- maatschap combineren met dit voorzitterschap? Antwoord Artikel 13 van de Gemeentewet verbiedt de combinatie van deze functies niet. Artikel 1.4 van de gedragscode wordt dus niet overtreden door het combineren van deze functies. De functie moet wel worden gemeld (zie artikel 1.6 van de gedragscode) en de griffier moet zorgdragen voor bekendmaking van deze nevenactiviteit (artikel 1.7 van de gedragscode). Let op: raadsleden moeten al hun functies melden. Variant 1 De Sportnota wordt behandeld in de raad. Mag dit raadslid meestemmen? Antwoord Ja. In de Sportnota worden beslissingen voorgelegd die alle sport betreffen. Er treedt dus a priori geen verstrengeling van belangen op als dit raadslid mee doet aan de besluitvorming in de raad. Kennis bij raadsleden over sport is van groot belang om kwalitatief goede besluiten over sport te nemen voor de stad. Het is dus van belang dat het raadslid meedoet in de besluitvorming. Let op: De redenatie ‘bij twijfel niet meestemmen’ gaat niet altijd op. Het ligt in de kern van de taak van een politieke ambtsdrager om te stemmen. Slechts in een beperkt aantal – in de wet genoemde gevallen – is het niet meestemmen geboden. Meestemmen mag niet als het belang van een raadslid (‘of een individu of organisatie waarbij het raadslid een persoonlijke betrokkenheid heeft’) wordt verstrengeld met het algemeen belang. In alle andere gevallen is het devies om te stemmen. Er kan een schijn van belangenverstrengeling ontstaan in een situatie waardoor een raadslid overweegt niet mee te stemmen. Natuurlijk dient het raadslid waar mogelijk de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen. Maar vaak zijn er in specifieke situaties nog andere mogelijkheden om actief de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen, anders dan niet meestemmen. Variant 2 De raad moet besluiten over uitbreiding van voetbalvelden. Ook de club waar het raadslid voorzitter van is wordt genoemd. Mag het raadslid meestemmen? Antwoord Nee, artikel 1.2 van de gedragscode verbiedt het raadslid mee te stemmen. De club is een van de (duidelijke) belanghebbenden in dit besluit, dus een verstrengeling van belangen is aan de orde: het belang van de club dat het raadslid geacht wordt te dienen als voorzitter enerzijds en het belang van de stad voor de uitbreiding van voetbalvelden. Variant 3 Mag dit raadslid een ander lid van de fractie het woord laten voeren op dit dossier? Antwoord Dat mag. Maar het gaat bij de mogelijkheid om de besluitvorming te beïnvloeden om meer dan alleen het overdragen van het woordvoerderschap op dit dossier. Het raadslid dat voorzitter is van de voetbalclub mag op grond van artikel 1.3 van de ge- dragscode ook intern het standpunt van de fractie niet beïnvloeden over de uitbrei- ding van de voetbalvelden. Omdat de burger niet kan controleren of het raadslid dat ook daadwerkelijk niet heeft gedaan, is het zaak dat alle fractieleden erop toezien dat ook in de interne oordeels- en besluitvorming de activiteiten van dit raadslid gescheiden blijven. Variant 4 Als het raadslid dat voorzitter van de voetbalclub is tegen de uitbreiding van velden van zijn eigen club zou stemmen, dan is toch voor de burger te zien dat het raadslid het raadswerk en het voetbalwerk scheidt? Dan kan het raadslid toch meestem- men? Antwoord Nee, ook dan mag het raadslid op grond van artikel 1.2 van de gedragscode niet meestemmen. Wellicht komt het de voetbalclub om redenen die niet bekend zijn, veel beter uit als de uitbreiding bij een andere club geschiedt. Dan zou het weliswaar lijken alsof het raadslid in het belang van de stad (en niet van de club) zou stemmen, maar feitelijk is dat niet het geval. Stemgedrag is dus niet relevant in deze situatie. Variant 5 De raad moet besluiten over uitbreiding van voetbalvelden. Voetbalclub X wordt genoemd als kandidaat. Het kind van een raadslid (niet zijnde de voorzitter van de voetbalclub) zit op voetbalclub X. Mag het raadslid meestemmen? Antwoord Ja, het raadslid moet gewoon meestemmen. De relatie tussen het raadslid en de voetbalclub is niet van dien aard dat er sprake of dreiging is van een onwenselijke verstrengeling van persoonlijk belang met het algemeen belang. Zie ook de opmerking onder variant 1 van bovenstaand voorbeeld. Voorbeeld 2 Een raadslid is tevens zzp’er en verzorgt als trainer onder meer trainingen ‘De klant is koning’. De afdeling Burgerzaken van de gemeente Arnhem vraagt het raadslid deze training te verzorgen voor medewerkers Burgerzaken. Mag deze opdracht worden aangenomen? Antwoord Nee, de op de opdracht mag niet worden aangenomen. De Gemeentewet verbiedt raadsleden in artikel 15 bepaalde overeenkomsten aan te gaan en bepaalde handelingen te verrichten. In bovenstaande situatie is artikel 15 lid 1 onder d onderdeel 1e van de Gemeentewet van toepassing. Dat betekent dat het aannemen van de klus een overtreding van de Gemeentewet en daarmee van artikel 1.5 van de gedragscode zou zijn. Variant 1 En als het raadslid nu niet zelf voor de groep staat, maar iemand inhuurt die dat namens het eenmansbedrijf van het raadslid doet? Antwoord Ook dan mag de klus niet worden aangenomen, op grond van artikel 15 lid 1 onder d onderdeel 1e van de Gemeentewet. Het feit dat het bedrijf de overeenkomst rechtstreeks aangaat, maakt dat dit artikel van toepassing is. Het aannemen van de klus is een overtreding van de Gemeentewet en daarmee van artikel 1.4 van de gedrags- code. Variant 2 En als het raadslid de opdracht nu vrijwillig doet, dus zonder daarvoor een betaling te krijgen? Antwoord Ook dan geldt dat de opdracht niet mag worden aangenomen. Het gaat in dit artikel om het aangaan van een overeenkomst; of daarvoor betaald wordt doet niet ter zake. Dat het raadslid niet wordt betaald is voor derden (waaronder ‘de burger op straat’) niet zichtbaar; daardoor kan het aannemen van de opdracht toch de schijn van belangenverstrengeling opleveren. Het aannemen ervan is een overtreding van de Gemeentewet en artikel 1.5 van de gedragsode. Variant 3 Een trainingsbureau heeft de opdracht van de gemeente gekregen om de training ‘De klant is koning’ te verzorgen voor de medewerkers van Burgerzaken. Dit bureau vraagt het raadslid dat zzp’er is de training te verzorgen. Mag dit raadslid de klus aannemen? Antwoord Nee. De overeenkomst met de gemeente wordt weliswaar niet rechtstreeks aan- gegaan, maar via het trainingsbureau. ‘Middellijk’ verricht het raadslid dus wel (betaald) werk voor de gemeente. Het aannemen van de klus is een overtreding van de gemeentewet en van artikel 1.5 van de gedragscode. Voorbeeld 3 Een raadslid is naast raadslid ook leerlingbegeleider en weet om die reden veel over jeugdzorg. Mag dit raadslid woordvoerder in de raad zijn op dit onderwerp? Antwoord Ja, dat mag. Het is van belang dat raadsleden kennis hebben over wat zich afspeelt in het maatschappelijk middenveld. Mede daarom wordt een combinatie van func- ties slechts zelden uitgesloten bij wet. Het raadslid mag alleen niet het standpunt van de fractie (en de raad) dusdanig beïnvloeden dat het onterecht positief uitpakt voor zijn eigen werkgever. Let op: In de praktijk komen veel verschillende situaties voor waarin een raadslid in een andere functie betrokken kan zijn bij het verrichten van werk in opdracht voor de gemeente. Het is verstandig iedere situatie goed te analyseren en bij twijfel hierover advies in te winnen bij bijvoorbeeld de griffier. 2 Regels rond (schijn van) corruptie

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel