Naar hoofdinhoud

Artikel 5.6

Artikel 5.6

Onderdeel van Gedragscode raadsleden en fractievolgers gemeente Arnhem

Bij onenigheid in de onderlinge omgang of de gang van zaken tijdens vergaderingen gaan raadsleden, mogelijk onder begeleiding, onderling het gesprek aan met elkaar. Toelichting per artikel Artikel 5 Onderlinge omgangsvormen Elk raadslid, elke bestuurder en elke ambtenaar is een medemens en medeburger. Op basis daarvan verdient ieder raadslid, iedere bestuurder en iedere ambtenaar een correcte bejegening. Maar eenieder vervult ook een cruciaal ambt binnen onze democratische rechtstaat, dat zelf ook respect afdwingt. Gezamenlijk staan raadslid, bestuurder en ambtenaar in voor het goed bestuur in de eigen gemeente. Een respectvolle omgang met elkaar en met de waarheid maakt het daarnaast beter mogelijk met elkaar tot een werkelijke beraadslaging te komen op basis van feiten en (eerlijke) overwegingen. Dat is essentieel voor een zorgvuldige besluitvorming. Bovendien heeft de manier waarop het college en de raad onderling en met elkaar omgaan van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek. Praktijkvoorbeelden Voorbeeld 1 Op de Nieuwjaarsborrel zijn twee raadsleden in gesprek. Het gesprek verandert gaandeweg in een discussie. Die loopt, naarmate de avond vordert en de wijn vloeit, uit de hand. Op een bepaald moment horen de andere aanwezigen het ene raadslid tegen het andere schreeuwen: ‘Die commissie loopt totaal niet en dat is jouw schuld! Je bent de slechtste voorzitter die Arnhem ooit gekend heeft, dat vindt iedereen. Ik zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat je niet herkozen wordt!’ Is dit aanvaardbaar gedrag? Antwoord Nee, dit gedrag is niet aanvaardbaar en een overtreding van artikel 5.3 van de ge- dragscode. Een collega-raadslid op deze manier in het openbaar tot de orde roepen is niet correct. Het feit dat ook anderen horen wat het raadslid zegt, is hierbij mede van belang. Voorbeeld 2 Op een bewonersavond legt een directeur uit wat de plannen zijn ten aanzien van het herinrichten van een winkelstraat. De veranderingen zijn fors, de straat zal een half jaar openliggen, en de winkeliers zijn boos. ‘Wat u zegt klopt helemaal niet. U zegt ons dat het een half jaar zal duren, maar wij hebben van ambtenaren gehoord dat dit wel een zéér optimistische inschatting is en dat de straat wel eens veel langer open kan blijven liggen. Dat kost ons onze klanten. We pikken het niet!’ In de zaal zitten ook twee raadsleden. Tijdens de eerstvolgende raadsvergadering neemt een van hen het woord en zegt verontwaardigd dat de directeur gewoon zat te liegen tegen bewoners. Dat we dit soort ambtenaren toch zeker niet willen in de gemeente en of de wethouder P&O met spoed een beoordelingsgesprekje met deze man wil voeren. Is dit aanvaardbaar gedrag? Antwoord Nee, dit is geen aanvaardbaar gedrag. Het is niet de bedoeling dat in het openbaar ambtenaren persoonlijk worden aangevallen. Dit gedrag is dus in overtreding met artikel 5.2 van de gedragscode. In beslotenheid moet een raadslid dat sterke twijfels heeft ten aanzien van individuele ambtenaren dit natuurlijk kunnen bespreken. Daartoe kan het raadslid zich het beste wenden tot de griffier of de wethouder. In de raad kan het raadslid overigens wel melden dat zorgen zijn geuit bij de wethouder over het functioneren van sommige betrokken ambtenaren. Voorbeeld 3 In het café wordt een raadslid aangesproken door een burger. Deze geeft aan dat hij alle vertrouwen in de politiek heeft verloren. Nou ja, zo stelt hij: niet in de partij van het raadslid maar wel in de anderen. Vooral de wethouder Sociaal Domein is een groot crimineel die alleen de eigen zakken probeert te vullen. De burger weet uit goed geïnformeerde bronnen dat de wethouder het op een 1-2tje heeft gegooid met een aantal gesubsidieerde instellingen! Het raadslid hoort het aan. Bij thuiskomst deelt het raadslid het volgende bericht via verschillende sociale media: ‘Wethouder Sociaal Domein houdt er zo eigen netwerkjes op na zo meldt mij een betrouwbare bron. Subsidies ter (zelf)verrijking?’ Antwoord Dit is geen aanvaardbaar gedrag. Artikel 5.4 vraagt van raadsleden dat zij niet alleen zelf de integriteit van een wethouder niet in twijfel trekken maar ook dat zij de integriteit van de wethouder verdedigt in het openbaar. Deze manier van handelen schaadt niet alleen de persoon van de wethouder maar ook het vertrouwen in de lokale politiek. Mocht het raadslid werkelijk twijfelen aan de integriteit van de wet- houder dan bewandelt het raadslid de afgesproken route om een melding te doen van zijn vermoeden. Voorbeeld 4 Tijdens een verhit debat komt het tot een botsing tussen een raadslid van een oppositiepartij en een wethouder. Het raadslid voelt zich niet serieus genomen door de wethouder en de raadsleden van andere fracties. Hij maakt een wegwerpgebaar naar de wethouder en de voorzitter van de raad en roept dat hij niet meer meedoet aan ‘dit poppenspel.’ Pardoes loopt het raadslid de raadszaal uit. Is het ok voor het raadslid om de raadszaal uit te lopen? Antwoord Nee, hoewel raadsleden zich niet gehoord kunnen voelen en soms zelfs gedenigreerd volgt uit het ambt dat het raadslid het openbare debat gevoerd tijdens de raadsvergadering in principe niet verlaat. Dit geldt in ieder geval wanneer er over wordt gegaan tot stemming en het raadslid de plicht heeft te stemmen. 6 Regels rond de vaststelling en de handhaving van de gedragscode

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel