De gemeente kiest voor een voornamelijk proactief faciliterend grondbeleid, er zal dus normaliter sprake zijn van initiatieven van derden. De gemeente rekent dan haar gebiedseigen kosten door aan de initiatiefnemer(s). Voor het verhalen van kosten voor bovenwijkse voorzieningen, het laten plaatsvinden van bovenplanse verevening of het verkrijgen van een ruimtelijke bijdrage dient per situatie een onderbouwing met berekening te worden opgesteld. Het uitgangspunt is om kostenverhaal privaatrechtelijk te regelen via een anterieure overeenkomst. In het geval dat dit niet mogelijk blijkt zal de gemeente haar kosten verhalen via een exploitatieplan. In het exploitatieplan is een berekening van de exploitatiebijdrage die de grondeigenaar dient te betalen opgenomen. Het daadwerkelijke verhaal van kosten vindt dan plaats bij de verlening van de omgevingsvergunning, waarmee het kostenverhaal is verzekerd.
In de gevallen waar de gemeente genoodzaakt is om actief grondbeleid te voeren, is het kostenverhaal (inclusief bovenwijkse kosten) geregeld via een discontering in de grondprijs. Met de komst van de Omgevingswet zal het kostenverhaal veranderen. Dat hangt dan mede samen met de type ontwikkeling. In bijlage 3 wordt de invloed van de omgevingswet op onder andere kostenverhaal beschreven. Kostenverhaal kan na de ingang van de Omgevingswet via twee routes verlopen, de integrale of de organische route. Het belangrijkste verschil hiertussen is het wel of niet aangeven van een tijdvak voor de ontwikkelingen. Bij de integraal kostenverhaal bestaat een duidelijk tijdvak. Kostenverhaal verloopt dan op een vergelijkbare manier zoals dat onder de Wro ook gebeurt. Bij organisch kostenverhaal wordt geen tijdvak afgebakend voor de ontwikkeling. Er bestaat dan meer onzekerheid over het te realiseren programma, opbrengsten, kosten en wanneer deze gerealiseerd worden.