Gemeenten zijn sinds de laatste BBV wijziging niet meer vrij om zelf te bepalen wanneer winst wordt genomen. Winst moet tussentijds worden genomen aan de hand van de ‘percentage of completion’ methode (POC-methode). Dit betekent dat naar rato van de voortgang van een positieve grondexploitatie tussentijdse winst wordt genomen. Hoewel het verantwoorden van tussentijdse winst met voorzichtigheid moet worden gedaan, is dit dus wel een verplichting.
Winst wordt tussentijds genomen als er genoeg zekerheid is over het verloop van de grondexploitatie. Er moet tenminste worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden ingeschat;
er zijn kosten gemaakt voor de ontwikkeling van het grondexploitatiecomplex;
(een gedeelte van) de gronden en bijbehorende opbrengsten zijn gerealiseerd.
Voor het bepalen van de hoogte van tussentijdse winstnemingen worden de resultaten van de uitgevoerde risicoanalyses betrokken door het toepassen van een risico-afslag op de winstneming. De risico-afslag vloeit voort uit het totaalsaldo van projectspecifieke risico’s.
Beleidsuitgangspunt 10 | Tussentijdse winstneming
Bij voldoende zekerheid neemt de gemeente conform BBV-voorschriften tussentijds winst op haar grondexploitaties. Dat gebeurt naar rato van de realisatie van de grondexploitatie, rekening houdend met de project specifieke risico’s. Wanneer in een grondexploitatie verlies wordt voorzien, wordt na besluitvorming van het college direct een voorziening getroffen ter hoogte van het tekort op netto contante waarde.