Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Weigeringsgronden

Onderdeel van Beleidsregel kinderopvang op sociaal medische indicatie

Het College weigert de tegemoetkoming voor SMI-kinderopvang in ieder geval als: Belanghebbende niet behoort tot de doelgroep in artikel 2 van deze beleidsregel of niet voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 3 lid 3 van deze beleidsregel. Belanghebbende niet instemt met het opstellen van een gezinsplan waarmee de gezinsomstandigheden zo verbeteren dat SMI is, als bedoeld in artikel 1 onder g en artikel 10 lid 1 van deze beleidsregel. Belanghebbende gebruik kan maken van een voorliggende voorziening, zoals het eigen netwerk of een aanspraak jeugdhulp. Belanghebbende niet de benodigde informatie verstrekt of medewerking verleent als bedoeld in artikel 3 lid 1 van deze beleidsregel. Belanghebbende al een tegemoetkoming kinderopvang krijgt of kan aanvragen op grond van de wet of gebruik kan maken van een tegemoetkomingssubsidie op de reguliere peuteropvang. De kinderopvang wordt geëxploiteerd zonder toestemming van het College als bedoeld in artikel 1.46 van de wet en niet is opgenomen in het Landelijk register kinderopvang als bedoel in artikel 1.5 van de wet. De opvang plaatsvindt door een gastouder zonder tussenkomst van een gastouderbureau dat is opgenomen in het Landelijk register kinderopvang als bedoeld in artikel 1.5 van de wet. De ouder of het kind niet meer in West Maas en Waal woont. Een verlenging van de tegemoetkoming wordt geweigerd door het College als vast staat dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden (t.o.v. de oorspronkelijke aanvraag) ten grondslag liggen aan de aanvraag tot verlenging. Zie hiervoor ook artikel 5 lid 2.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel