Het persoonlijk minimabudget bedraagt per kalenderjaar 35% van de van toepassing zijnde norm.
Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op persoonlijk minimabudget ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid, van de wet, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een persoonlijk minimabudget naargelang de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.
Voor de toepassing van het eerste of tweede lid is de situatie op de peildatum bepalend. De bedragen van het persoonlijk minimabudget worden naar boven afgerond op het eerstvolgende veelvoud van € 5.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3.
Hoogte van de toeslag
Onderdeel van Verordening persoonlijk minimabudget Sliedrecht