In deze paragraaf wordt verstaan onder:
Asv: Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 2022;
Aziatische duizendknopen: Japanse Duizendknoop (Fallopia japonica), Sachalinse duizendknoop (Fallopia sachalinensis) en Boheemse duizendknoop (Fallopia x bohemica);
Beschermde soorten Wnb: soorten die op grond van de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming wettelijk beschermd zijn;
Biodiversiteit: Natura 2000-doelen, beschermde soorten Wnb, ecologische kwaliteitselementen in KRW-oppervlaktewaterlichamen, wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland en de Groene contour, locaties waar natuurlijke bosverjonging optreedt of potentieel zou kunnen optreden, de Utrechtse aandachtsoorten en alle inheemse soorten amfibieën, libellen, vlinders en jonge vis voor zover die voorkomen in kleine landschapselementen aangewezen door de provincie;
Bosreservaten: Bosreservaat De Heul bij het Leersumse Veld en bosreservaat Galgenberg bij Amerongen. Voormalig cultuurbos waar het beheer is stopgezet en de bosontwikkeling wordt gevolgd;
Ecologische kwaliteitselementen in KRW-oppervlaktewaterlichamen: de ecologische kwaliteitselementen die per afzonderlijk oppervlaktewaterlichaam zijn vastgelegd in ‘Provincie Utrecht Factsheets oppervlaktewaterlichamen KRW behorend bij Deelplan KRW 2010-2015’ (nadien verlengd);
Invasieve exoten: dieren, planten en micro-organismen die door menselijk handelen in een nieuw gebied terechtkomen (zoals Nederland) en die bij vestiging en verspreiding schade kunnen veroorzaken;
Ganzenrustgebieden: de gebieden binnen de provincie Utrecht die door Gedeputeerde Staten als ganzenrustgebieden zijn aangewezen. Zij zijn bedoeld om overwinterende ganzen rust te bieden in perioden dat buiten deze gebieden ganzen opzettelijk verstoord dan wel verjaagd mogen worden met ondersteunend afschot;
Groene contour: Binnen de 'Groene contour' liggen gebieden die van belang worden geacht voor het functioneren van het NNN, maar die (nog) niet onder het NNN zelf vallen en waar op vrijwillige basis nieuwe natuur gerealiseerd kan worden. Na realisatie van deze nieuwe natuur wordt die opgenomen in het NNN;
Kleine landschapselementen: qua oppervlakte of volume beperkte groene component in het landschap, die bijdraagt aan de opbouw, structuur, invulling, identiteit en belevingswaarde van dat landschap, die niet onder hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming valt en die als zodanig zijn aangewezen door de provincie. Bijvoorbeeld bepaalde kleine bosjes en houtwallen, meidoornhagen in uiterwaarden, statige lanen, rijen knotwilgen, beeldbepalende bomen, bloemrijke akkerranden, alsmede bepaalde natuurvriendelijke slootkanten en poelen;
KRW: Kaderrichtlijn Water. Deze EU-richtlijn (Richtlijn 2000/60/EG van het Europees parlement en de raad van 23 oktober 2000 heeft als doel de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater in Europa te waarborgen;
KRW-oppervlaktewaterlichamen: bepaalde, op kaart vastgelegde oppervlaktewateren van aanzienlijke omvang, zoals meren, waterbekkens, stromen, rivieren, kanalen, delen van een stroom, rivier of kanaal, overgangswateren danwel stroken kustwater;
Natura 2000-doelen: doelen voor bepaalde beschermde soorten en habitats van Natura 2000-gebieden die zijn vastgelegd in de aanwijzingsbesluiten van die gebieden;
Natura 2000-gebieden: Door Europa beschermde natuurgebieden die tezamen het Natura 2000-netwerk vormen en waarin bepaalde habitats en (dier)soorten met hun natuurlijke leefomgeving beschermd worden om de biodiversiteit te behouden;
NNN: het Natuurnetwerk Nederland is het samenhangende netwerk van bestaande en nog aan te leggen natuurgebieden. De provincies stellen de begrenzing vast;
Oude bosgroeiplaats: boslocatie die in het midden van de negentiende eeuw als bos op de historische kaarten staat aangegeven en tot op heden onafgebroken een boslocatie is gebleven;
Oude boskern: actuele groeiplaats van autochtone bomen en struiken die afstammelingen zijn van de oorspronkelijk inheemse flora die na de ijstijd op eigen kracht Nederland heeft bereikt. De groeiplaats kan zowel een bos betreffen als een houtwal of een enkele boom of struik die als relict van het oorspronkelijk bos te beschouwen is;
Uitheemse rivierkreeften: Gevlekte Amerikaanse rivierkreeft (Orconectes limosus), Geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft (Orconectes virilis), Rode Amerikaanse rivierkreeft (Procambarus clarkii) en Gestreepte Amerikaanse rivierkreeft (Procambarus acutus/zonangulus);
Unielijst: de lijst met invasieve exoten die door de Europse Unie zijn aangewezen in de uitvoeringsverordeningen nr. 1141/2016 (37 soorten) en nr. 1263/2017 (12 soorten);
Utrechtse aandachtsoorten: bedreigde plant- en diersoorten zoals vastgesteld in de provinciale Natuurvisie 2016, te vinden in het bijbehorende ‘Supplement biodiversiteit’ en in bijlage 1 van deze uitvoeringsverordening;
Waardevole houtopstanden: oude bosgroeiplaatsen, oude boskernen, A-locatie bossen en bosreservaten. A-locatie bossen (locaties met natuurlijke bosgemeenschappen) vallen geheel binnen de NNN;
Waterparels: 25 ecologisch waardevolle wateren die op basis van het voorkomen van bijzondere soorten binnen de provincie Utrecht zijn geïdentificeerd. Deze gebieden met hoge potenties op het gebied van waternatuur en – kwaliteit, liggen deels binnen en deels buiten de begrenzing van het NNN en Natura 2000;
Weidevogelkerngebieden: door de provincie aangewezen natuur- en agrarische gebieden waar de condities voor weidevogels het meest gunstig zijn en waar beheerders en vrijwilligers gezamenlijk werken aan optimale inrichting, beheer en bescherming van weidevogels;
Wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en de Groene contour: de natuurwaarden van de NNN zoals die zijn vastgelegd in het vigerende Natuurbeheerplan van de provincie (natuurbeheertypen), bijbehorende kaart met de natuurbeheertypen en de Index Natuur en landschap van BIJ12 (natuurtypen inclusief karakteristieke soorten);
Wnb: Wet natuurbescherming.