Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Geheimhouding

Onderdeel van REGELING ADVIESCOMMISSIE ALLOCHTONEN

1.. De commissie kan in een besloten vergadering op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan de commissie worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering opgelegd. 2.. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen in acht genomen totdat de commissie haar opheft. 3.. Indien de commissie zich ter zake van het behandelde waarvoor een verplichting tot geheimhouding geldt tot het college heeft gericht, wordt de geheimhouding in acht genomen totdat het college haar opheft. 4.. Op grond van het belang genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door de voorzitter van een commissie, het college en de burgemeester, ieder ten aanzien van de stukken die zij aan de commissie overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. 5.. De commissie kan op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur geheimhouding opleggen ten aanzien van stukken die zij aan het college overlegt. Het bepaalde in artikel 55 van de Gemeentewet is van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel