**1..** Deze regeling treedt in werking op 4 april 2022.
**2..** Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Collectieve aanpak particuliere woningen Arnhem-Oost.
Toelichting
In de gemeente Arnhem – en met name in de gebieden in Arnhem-Oost – is er sprake van hardnekkige problemen en achterstanden op het gebied van onderwijs, werk, veiligheid en leefbaarheid, gezondheid en wonen. De gemeente Arnhem vindt het van belang om deze problemen het hoofd te bieden met een leefbaarheidsaanpak voor de wijken die het meest nodig hebben. In de wijken Arnhemse Broek, Geitenkamp, Klarendal, Presikhaaf-West en Malburgen staat de leefbaarheid onder druk. Om de leefbaarheid in deze kwetsbare wijken te verbeteren heeft het gemeenbestuur bij de rijksoverheid een beroep gedaan op het Volkshuisvestingsfonds. Gemeenten en regio's kunnen met geld uit dit fonds investeren in leefbaarheid en verduurzaming van de particuliere woningvoorraad en het opknappen van de openbare ruimte in de meest kwetsbare gebieden. Hierbij maakt verduurzaming een belangrijk onderdeel uit van al deze plannen, omdat dit bijdraagt aan het realiseren van een toekomstbestendige woningvoorraad en aan lager energieverbruik.
Onderdeel van het investeren in deze kwetsbare wijken is het renoveren van huizen in de wijken. Het college heeft mede ten behoeve van de renovatie van huizen bij het Volkshuisvestigingsfonds een subsidie aangevraagd om woningen te kunnen renoveren. Het college heeft daarop van het rijk voor bepaalde woningen binnen de postcodes 6821,6822, 6823, 6824, 6826, 6828, 6832, 6833, 6834 en 6841 subsidie ontvangen, onder meer voor het verduurzamen en renoveren van 1754 woningen. Deze woningen zijn opgenomen in het Plan van Aanpak voor de aanvraag voor subsidie van het Volkshuisvesttingsfonds.
Deze regeling ziet op het gedeelte van de woningen die via een collectieve aanpak worden gerenoveerd. Uitgangspunt van deze regeling is dat woningen per (aangewezen) cluster worden opgeknapt zodat het Startlabel met drie stappen wordt verbeterd of tot minimaal label B (Doellabel). Dit gebeurt in de volgorde van de openstelling door het college van de aanvraagperiode van de clusters. De gemeente Arnhem zal in die gevallen de bewoners/eigenaren van de woning maximaal ontzorgen. Er wordt een compleet pakket aangeboden aan die bewoners, waarbij de gemeente de subsidie direct met de aannemer zal afrekenen. Het Startlabel en Doellabel wordt aangevraagd door de gemeente. De bewoner wordt tevens geholpen om het benodigde papierwerk te verrichten en wordt geholpen bij zijn aanvraag. De bewoner hoeft – behalve als hij in het bezit is van een Gelrepas – alleen een eigen bijdrage te betalen voor de renovatie van zijn woning en een ISDE/-SEEH-subsidie aan te vragen bij het Rijk, de hoogte van de verkregen subsidie aan te tonen en deze na ontvangst per direct uit te keren aan de gemeente.
Artikel 1
Sub c en h
Bij het aanwijzen van een clusters – zoals nu is gebeurd in bijlage 1 – is gekeken naar delen van buurten in Arnhem-Oost waar meerdere woningen met een voorlopig geregistreerd F of G label zich bevinden en woningen in een VvE met een E, F of G label. Hierbij is uitgegaan van de registreerde energielabels van de woning zoals die bij de aanvraag voor het Volkshuisvestingsfonds geraadpleegd zijn bij Rijksdienst voor ondernemend Nederland. De actuele labels kunnen hiervan afwijken en dat blijkt in de praktijk ook zo te zijn. Gelet daarop is de regeling lopende de aanvraagperiode ten gunste van subsidieaanvragers aangepast.. Wij vragen alle woningeigenaren een Startlabel te overleggen.
Bij de collectieve aanpak kunnen ook woningen met een C, D, E, F en G label meedoen indien woningcorporaties daar renovatieplannen hebben. Dit omdat een dergelijke aanpak zorgt voor de meest effectieve maatregelen versus de kosten nu zich hier veelal dezelfde type woningen bevinden. Bij de aanvraag van de subsidie wordt gekeken naar het Startlabel.
Artikel 2
Bij de collectieve aanpak kunnen zowel eigenaar-bewoners, eigenaar-verhuurders, als VvE’s meedoen met de renovatie. Kosten moeten direct verband houden met de aanpak van schimmel, achterstallig onderhoud, isoleren en ventileren van de woning en aardgasvrij koken. In verband met de collectieve aanpak zal per woning bepaald worden welke maatregelen getroffen gaan worden. Hierbij wordt er namens de gemeente bekeken welke maatregelen het meest effectief zijn ten opzichte van de kosten die hiervoor gemaakt moeten worden.
Artikel 3
Het gemeentebestuur heeft voor aanpak van de leefbaarheid van de kwetsbare wijken een subsidie verkregen. Het bedrag van die subsidie dat uitgegeven gaat worden aan de collectieve aanpak is aan een subsidieplafond gebonden. Dit wordt in dit artikel geregeld. Om de collectieve aanpak goed te laten verlopen én ervoor te zorgen dat er niet meer geld uitgegeven wordt dan het subsidieplafond toestaat, wordt door het college per cluster bepaald in welke periode er subsidie kan worden aangevraagd.
Artikel 4
Zoals bepaald zal het college per cluster een aanvraagperiode worden vastgesteld en bekendgemaakt door het college.
Wanneer een eigenaar van een woning mee wilt doen met de clustergewijze aanpak, moet hij binnen deze periode een aanvraag hebben ingediend. Is de aanvraag niet binnen deze periode ingediend bij het college, kan hij alleen nog meedoen met de individuele regeling, zolang daar het subsidieplafond nog niet is bereikt.
Omdat er wederzijdse rechten en plichten moeten worden vastgelegd in deze collectieve aanpak, wordt het een en ander nader uitgewerkt in de subsidie uitvoeringsovereenkomst die betrokkene bij de aanvraag van de subsidie getekend moet overleggen. Zo kan hierin bijvoorbeeld de toestemming van de bewoner om de woning te betreden worden geregeld en worden de specifieke maatregelen die zich richten op het isoleren en verduurzamen van de woning nader gespecificeerd.
Artikel 5
Bij de toekenning welke woningen in aanmerking komen voor de regeling gaan wij uit van het Startlabel. Bij de collectieve aanpak kunnen in aangewezen clusters ( waarin woningen van woningcorporaties zitten die door hen worden verduurzaamd) ook woningen met een C, D, E, F en G label meedoen met de renovatie. Dit omdat een dergelijke aanpak zorgt voor de meest effectieve maatregelen in combinatie met de kosten die gemaakt worden.
Door wijziging van de regeling is het mogelijk dat een aanvraag wordt ingediend zowel door de vereniging voor eigenaren, als door de eigenaar-bewoner/eigenaar-verhuurder. Indien er activiteiten moeten worden verricht waar de vereniging voor eigenaren toestemming voor moet geven, is de aanvrager van de subsidie op grond van artikel 4 van deze regeling verplicht om een toestemmingsverklaring van de vereniging te overleggen.
De activiteiten die verricht moeten worden om drie labelsprongen te realiseren worden nader gespecificeerd in de subsidie uitvoeringsovereenkomst die betrokkene bij de aanvraag van de subsidie getekend moet overleggen.
Artikel 6
De eigenaar - bewoner moet – behalve als hij in het bezit is van een Gelrepas – een eigen bijdrage betalen voor de renovatie van zijn woning. Voor dit laatste kan ook de Toekomst Bestendig Wonen Lening worden ingezet. Naast de eigen bijdrage moet de eigenaar-bewoner/VvE ook een ISDE-/SEEH subsidie aanvragen bij het Rijk. Mocht hij dat laatste niet willen dan dient hij een extra bijdrage te betalen, zoals opgenomen in bijlage 2.
De eigenaar-verhuurder moet naast de eigen bijdrage die ook door de eigenaar-bewoner betaald moet worden, nog een extra bedrag betalen zoals opgenomen in bijlage 2. Dit houdt verband met het feit dat deze geen ISDE-/SEEH subsidie aan kan vragen bij het Rijk.
Omdat na de aanpak van de woningen geëvalueerd wordt en er ook verantwoording afgelegd moet worden over de ontvangen subsidiegelden, is de aanvrager verplicht mee te werken aan de monitoring en evaluatie van deze aanpak. Voorts is hij verplicht om onverwijld belangrijke ontwikkelingen te melden aan het college. De belangrijkste situaties zijn opgenomen in de regeling, maar deze zijn niet uitputtend bedoeld.
Artikel 7
Zoals eerder aangegeven dient de aanvraag ingediend te worden door de eigenaar-bewoner, de VvE of de eigenaar verhuurder. Om de subsidie effectief daar te gebruiken waar de leefbaarheid het meest onder druk staat, is ervoor gekozen clusters aan te wijzen waarvoor subsidie beschikbaar is. Deze worden genoemd in bijlage 1 van de regeling, die hierin als herhaald en ingelast wordt beschouwd. De hierin aanwezige huizen met labels Startlabel C, D, E, F en G komen in aanmerking voor subsidie.
Artikel 8
Alle eigenaar-bewoners betalen een eigen bijdrage van €2.500,00, tenzij het een eigenaar-bewoners betreft die een Gelre Pas hebben. Mocht de financiering van de eigen bijdrage een probleem voor de eigenaar-bewoner zijn dan kan hiervoor de Toekomst Bestendig Wonen Lening worden ingezet. Daarnaast wordt van alle eigenaar-bewoners/VvE’s gevraagd om een ISDE-/SEEH subsidie aan te vragen bij het Rijk. Mochten ze hiertoe niet bereid zijn, dan betalen ze zelf een extra bedrag zoals opgenomen in bijlage 2.
Voor eigenaar-verhuurders geldt dat zij naast de eigen bijdrage ook het bedrag bij moeten leggen dat bij de eigenaar-bewoners wordt opgebracht door de ISDE-/SEEH subsidie. Om de aanvraag te vereenvoudigen en om rechtszekerheid te bieden, is hiervoor een gefixeerd bedrag opgenomen in bijlage 2.
Artikel 9
Door de verduurzaming van de woning, wordt de woning ook meer waard. Dit artikel stelt het college in staat om – bij een subsidie hoger dan € 500,00 – subsidie terug te vorderen bij de verkoop van de woning. Hiermee wordt voorkomen dat woningeigenaren profiteren van deze subsidie en de opvolgende eigenaren hier wel voor moeten betalen. Onder het bedrag van €500,00 valt de kosten- baten analyse negatief uit.
In geval de VvE de aanvrager van de subsidie is, dient hij derhalve maatregelen te treffen jegens de eigenaar – bewoners voor deze terugvordering.
Naarmate er meer tijd is verstreken, kan het college een minder groot percentage van de verstrekte subsidie terugvorderen. Bij de terugvordering worden eventuele persoonlijke redenen en/of dringende redenen van de verkoop van de woning meegewogen. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om de financiële situatie van betrokkene (bijv. executieverkoop) , maar ook eventuele gezondheidsredenen of redenen gelegen in het werk om te moeten verhuizen. Daarnaast kan er sprake zijn van een woning
dat onderwater staat of te weinig overwaarden heeft om het bedrag te kunnen voldoen.
Artikel 10
Binnen anderhalf jaar na de oplevering van de werkzaamheden in de woning, wordt de subsidie vastgesteld. Met de vaststelling van de subsidie worden de wederzijdse rechten en plichten vastgelegd. Hiervoor is van belang dat de aanvrager een akkoordverklaring overlegt.
Artikel 11
Niet alle situaties kunnen vooraf worden overzien. Vandaar dat het college de mogelijkheid krijgt om in bijzondere gevallen ten gunste van de regeling af te wijken ten behoeve van een aanvraag.
Artikel 12:
Inwerkingtreding en citeertitel
Onderdeel van Besluit tot het vaststellen van de Subsidieregeling Collectieve aanpak particuliere woningen Arnhem-Oost