Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4:

Artikel 15:

Zienswijzenprocedure en vaststelling begroting

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling siteholderschap werelderfgoed Hollandse Waterlinies

1.. Het orgaan zendt de ontwerpbegroting ten minste acht weken voordat deze wordt vastgesteld toe aan provinciale staten. 2.. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de colleges voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. 3.. Provinciale staten kunnen bij het orgaan hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. 4.. Het orgaan stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient. 5.. Na vaststelling van de begroting zendt het orgaan de begroting aan provinciale staten, die ter zake bij de minister hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 6.. Het orgaan zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval voor 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan de minister. 7.. Het eerste, derde en vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, met uitzondering van die wijzigingen van de begroting waarbij geen wijziging wordt gebracht in de bijdragen van de provincies. Het vierde en zesde lid zijn ook van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, met dien verstande dat wijzigingen in de begroting ook kunnen worden vastgesteld gedurende het jaar waarvoor de begroting geldt, en in dat geval inzending aan de minister binnen vier weken na vaststelling plaatsvindt.

Rechtspraak bij dit artikel