**1..** Een college richt een verzoek tot uittreding aan het orgaan. Het orgaan neemt het verzoek tot uittreding in behandeling en spant zich in binnen zes maanden een voorstel gereed te hebben over de condities en voorwaarden voor uittreding. Indien na uittreding slechts een college deelnemer blijft aan deze regeling, is een verzoek tot uittreding een verzoek tot opheffing.
**2..** Een college dient een verzoek tot uittreding een volledig kalenderjaar voorafgaand aan de beoogde ingangsdatum van de uittreding aanhangig te maken bij het orgaan. Het orgaan kan een college ontheffing verlenen van de termijn van een volledig kalenderjaar, bedoeld in de vorige volzin.
**3..** Een besluit tot uittreding kan niet eerder worden genomen dan na verloop van twaalf jaren na inwerkingtreding van deze regeling.
**4..** Bij het vaststellen van de condities en voorwaarden voor uittreding baseert het orgaan zich op de kosten van desintegratie en, voor zover van toepassing, beëindiging van de activiteiten van het orgaan, de kosten die het orgaan maakt voor de dienstverlening aan de betreffende provincie, de door die provincie verschuldigde betalingen aan het orgaan en de inbreng van de betreffende provincie.
**5..** Een college dat om uittreding heeft verzocht kan kenbaar maken dat het bereid is om personeel of verplichtingen van het orgaan althans de provincie Utrecht over te nemen. Indien het orgaan hiermee akkoord gaat kunnen in ruil daarvoor kosten als bedoeld in het vierde lid worden kwijtgescholden.
Hoofdstuk 5:
Artikel 20:
Uittreding en opheffing
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling siteholderschap werelderfgoed Hollandse Waterlinies