Wanneer sprake is van een ondersteuningsbehoefte moet individueel worden beoordeeld of de huisgenoot deze ondersteuning geheel of gedeeltelijk kan bieden. Onderstaande vragen zijn hiervoor van belang:
1. Is de huisgenoot in staat tot het uitvoeren van de taken, werkzaamheden?
2. Kan de huisgenoot de taken, werkzaamheden uitvoeren, heeft de huisgenoot hiervoor tijd?
3. Is de huisgenoot overbelast of dreigt overbelast te raken?
In elke individuele situatie wordt een zorgvuldige afweging gemaakt op basis van het onderzoek gebaseerd op de hulpvraag waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke omstandigheden van de inwoner.
Ad 1 en 2. Het in staat zijn om de ondersteuning te bieden en het kunnen uitvoeren van de ondersteuning is afhankelijk van de situatie van de huisgenoot alsmede de aard en de omvang van de ondersteuning.
Ad 3. Met overbelasting wordt bedoeld dat een disbalans ontstaat in verhouding tussen de draagkracht (belastbaarheid) en draaglast (belasting).
HOOFDSTUK 3
Artikel 3.2
Onderzoek naar gebruikelijke hulp
Onderdeel van Beleidsregel eigen kracht jeugd en gebruikelijke hulp WMO 2022