Er zijn soms omstandigheden die stopzetten of terugvorderen van een Pgb rechtvaardigen. Dit is volgens de verordening mogelijk en nodig als:
de geleverde jeugdhulp/Wmo-ondersteuning onvoldoende cliëntgericht en/of doeltreffend is;
de cliënt onvoldoende heeft geprobeerd om de zorg/ondersteuning bij te sturen;
sprake is van een omstandigheid zoals genoemd in artikel 3.3. (een weigeringsgrond voor toekenning van een Pgb) of zoals genoemd in artikel 7.5 (een heroverweging van de toegekende beschikking is gerechtvaardigd);
(een deel van) het budget zonder gegronde redenen of zonder toestemming is uitgegeven in het buitenland.
de met het Pgb gekochte Wmo voorziening binnen de afschrijvingstermijn niet meer nodig is. De gemeente mag dan vragen de voorziening terug te betalen of in te leveren.
De wet bepaalt dat het college kan besluiten gehele of gedeeltelijke opschorting voor ten hoogste dertien weken van betalingen uit het Pgb als er ten aanzien van een cliënt een ernstig vermoeden is gerezen dat er sprake is van een of meerdere van de volgende omstandigheden:
de cliënt onjuiste- of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van de juiste- of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid;
de cliënt niet langer op de voorziening is aangewezen;
de voorziening niet langer toereikend is te achten;
de cliënt niet voldoet aan de bij de beschikking gestelde voorwaarden;
de cliënt de voorziening niet- of voor een ander doel gebruikt.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.5
Stopzetten of terugvorderen Pgb
Onderdeel van Pgb-beleidsregels Jeugdhulp en Wmo 2022