1. Wanneer een inburgeringsplichtige een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet ontvangt en
zich niet houdt aan verplichtingen en afspraken uit het PIP, waarin de nadruk ligt op het bevorderen van
participatie en het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt, vindt bij voorkeur verlaging van de
uitkering plaats op grond van artikel 18 van de Participatiewet en de verordening zoals bedoeld in
artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet. Het gaat hierbij om verplichtingen en afspraken
anders dan in het aanbod in de MAP. Het college legt voor dezelfde gedraging dan geen bestuurlijke
boete op grond van de wet op.
2. Wanneer een inburgeringsplichtige die een bijstandsuitkering ontvangt zich niet houdt aan
verplichtingen en afspraken in het PIP, waarin de nadruk ligt op het vergroten van de taalbeheersing en
aan overige afspraken en verplichtingen in het PIP, legt het college bij voorkeur een boete op grond van
de wet op. Het college verlaagt in dat geval voor dezelfde gedraging de bijstandsuitkering niet.
3. Bij de keuze tussen enerzijds handhaving op grond van de Participatiewet door een verlaging van de
uitkering en anderzijds handhaving op grond van de wet via een boete weegt het college ook af welke
wijze van handhaving, rekening houdend met de gevolgen hiervan voor de inburgeringsplichtige, naar
zijn oordeel het best bijdraagt aan het beoogde effect, te weten het succesvol voltooien van het
inburgeringstraject.
4. In de beschikking aan de inburgeringsplichtige vermeldt het college of er een boete op grond van de
wet wordt opgelegd of dat de uitkering wordt verlaagd op grond van de Participatiewet.
Artikel 11.
Samenhang met handhaving op grond van de Participatiewet
Onderdeel van Beleidsregels inburgering gemeente Westerveld 2022