1. Het college neemt de brede intake zo vroeg mogelijk af. Binnen 4 weken nadat de inburgeringsplichtige
door het COA wordt toegewezen aan de gemeente Westerveld, de zogenoemde koppeling, ontvangt
deze een brief in zijn eigen taal en wordt een afspraak voor een kennismaking gepland. Er vindt een
kennismaking plaats op het AZC. Er wordt gebruik gemaakt van een tolk bij de brede intake.
Bij de kennismaking vindt deel 1 van de brede intake plaats:
a. in kaart brengen onderwijs en werkervaring
b. in kaart brengen mogelijkheden en beperkingen ten aanzien van werk
c. verwachtingen managen ten aanzien van duur tot vestiging en inburgering
Voor gezinsmigranten en overige migranten is het moment van inschrijving in de gemeente bepalend
voor de start van de brede intake.
2. De inburgeringsplichtige wordt binnen vier weken na vestiging in de gemeente, schriftelijk uitgenodigd
voor deel 2 van de brede intake:
a. De leerbaarheidstoets wordt afgenomen.
b. Er vindt een assessment plaats, NOA voor statushouders.
3. De in het vorige lid genoemde uitnodiging vermeldt naast de dag, plaats en tijdstip van de intake ook
het volgende:
a. het doel, de werkwijze en het belang van de brede intake in het inburgeringstraject;
b. het recht om de gesprekken in het kader van de brede intake met de gemeente alleen te voeren of in
aanwezigheid van een onafhankelijk cliëntondersteuner en
c. de gevolgen als de inburgeringsplichtige niet bij de brede intake verschijnt of hieraan onvoldoende
meewerkt.
4. Als het college op grond van artikel 14, tweede lid, van de Wet de brede intake in afwezigheid van de
inburgeringsplichtige voltooit, onderzoekt het college de omstandigheden van de inburgeringsplichtige
aan de hand van de gegevens waarover het college wel kan beschikken, zoals:
a. de uitkomsten van deel 1 van de brede intake;
b. informatie uit het uitkeringsdossier;
c. voor asielstatushouders: de gegevens uit het TVS.