Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Taken en Bevoegdheden Wmo Raad

Onderdeel van Verordening Wmo-raad gemeente Lochem 2008

1.. Er is binnen het werkgebied van de gemeente één Wmo Raad - officieel orgaan -, als voortvloeisel uit de verplichting van de gemeente tot burger- en cliëntenparticipatie op basis van de Wmo. 2.. Met de instelling van de Wmo Raad, als advies – en overlegorgaan van het college van B&W wordt beoogd meerwaarde te bereiken in de kwaliteit van de burgerparticipatie en de dienstverlening bij de uitvoering van de Wmo in het belang van cliënten en burgers, andere belanghebbenden en belangengroeperingen, opdat er een optimaal gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden en de rechten en voorzieningen, die de Wmo geeft. 3.. De Wmo Raad heeft tot taak: het tijdig - voordat officiële besluitvorming plaatsvindt –, als onafhankelijk orgaan, gevraagd en ongevraagd adviseren van – en overleggen met – het college van B&W over alle onderwerpen betreffende de vorming, de uitvoering, de controle, de evaluatie en de verbetering van het beleid ten aanzien van cliënten en burgers, andere belanghebbenden en belangengroeperingen, daaronder begrepen de wijze waarop rijkswetgeving wordt uitgevoerd; het geven van voorlichting en informatie over haar functioneren en werkterrein; het inventariseren en bundelen van klachten betreffende de uitvoering van de Wmo in algemene zin en al hetgeen daarmee in de ruimste zin samenhangt en verband houdt. 4.. Het college van B&W vraagt de Wmo Raad in ieder geval advies over: het vierjaarlijks op te stellen beleidsplan Wmo; vaststelling, verbetering en wijziging van de verordeningen die ter uitvoering van dit plan (moeten) worden opgesteld; de wijze waarop de kwaliteit van maatschappelijke ondersteuning gewaarborgd wordt; de wijze waarop cliënten keuzevrijheid wordt geboden; het inkoopbeleid van de gemeente in het kader van de Wmo: de prestatievelden van de Wmo; beleidsvoorbereiding, bestaande uit: vaststelling, uitvoering, bespreking en evaluatie, met name ook de beleidsvoorbereiding, vaststelling en uitvoering van de uitvoeringsregels met betrekking tot de verstrekking van zorg en hulpmiddelen en de afspraken daarover met leveranciers en uitvoerders van vervoer en andere diensten, met woningcorporaties, zorgaanbieders en indicatiestellers. 5.. Door het college van B&W wordt een termijn van minimaal vier weken aangehouden voor het door de Wmo Raad uit te brengen advies, zodat het uit te brengen advies van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit. Dit houdt in ieder geval in dat: de Wmo Raad wordt betrokken bij de ontwikkeling en vaststelling van nieuw beleid; en de Wmo Raad wordt betrokken bij het formuleren en vaststellen van de vragen die ten grondslag liggen aan de evaluatie en de verantwoording van het gevoerde beleid en bij de bespreking van de evaluatie. 6.. Van een besluit tot het wel of niet overnemen door het college van B&W van een advies van de Wmo Raad, wordt de Wmo Raad schriftelijk en met redenen omkleed op de hoogte gesteld. 7.. In het geval het college van B&W in een voorstel aan de Gemeenteraad afwijkt van het advies van de Wmo Raad, wordt dit, met redenen omkleed, bij het voorstel vermeld. 8.. Het advies van de Wmo Raad wordt samen met het voorstel van het college van B&W meegestuurd aan de Gemeenteraad. 9.. De adviezen van de Wmo Raad zijn openbaar. 10.. Teneinde haar (adviserende) taak goed te kunnen uitvoeren voorziet het college van B&W de Wmo Raad van adequate, relevante, informatie. 11.. De Wmo Raad is niet bevoegd te adviseren over klachten, bezwaarschriften en andere zaken, voorzover die op individuele cliënten betrekking hebben, met uitzondering van de hierbij gehanteerde regels en procedures. Evenmin heeft de Wmo Raad adviesrecht inzake het personeels- en organisatiebeleid van de gemeente of aan haar gelieerde organisaties.

Rechtspraak bij dit artikel