1. De raad reserveert het in enig jaar door de fractie niet gebruikte gedeelte van de financiële bijdrage ter ondersteuning van het functioneren van de fractie voor het kunnen verlenen van een aanvullende financiële bijdrage ten behoeve van die fractie in volgende jaren.
2. Het beroep in enig jaar op de opgebouwde reserve komt tot uitdrukking in de afrekening over dat jaar. Bevoorschotting vindt desgevraagd plaats.
3. Aan het einde van de raadsperiode dan wel dat de fractie tijdens de zittingsperiode ophoudt te bestaan valt de reserve terug aan de gemeente.