Naar hoofdinhoud
Speeltuinorganisaties die in het voorgaande jaar een subsidie hebben ontvangen op grond van deze subsidieregel, kunnen een incidentele subsidie aanvragen voor groot onderhoud aan terrein, toestellen en gebouwen. Uitgangspunten voor subsidiëring: Maximaal 75% van de aankoopkosten van speeltoestellen; Maximaal 100% van de plaatsingskosten van speeltoestellen; Maximaal 75% van de minimaal vereiste valgronden voor bij of onder de speeltoestellen; Maximaal 75% van de totale kosten voor groot onderhoud aan een spartel-bad (minder diep dan 0,5 meter); Maximaal 50% van de totale kosten voor groot onderhoud aan noodzakelijke gebouwen. Maximaal omdat het voorbehoud geldt dat er financiële ruimte moet zijn binnen het gereserveerde budget voor het stadsdeel. Artikel 7 Weigeringsgronden De subsidie wordt geweigerd als de aanvraag niet voldoet aan het doel van deze regeling. De subsidie wordt geweigerd als de speeltuinorganisatie niet is aangesloten bij de NUSO en/of Speeltuinwerk Limburg (SpeL). De subsidie wordt geweigerd als de speeltuinorganisatie niet tenminste vier dagdelen per week, gedurende het speeltuinseizoen (april-september), toegankelijk voor kinderen is. Bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding zijn om de bovenstaande weigeringsgronden te heroverwegen.

Rechtspraak bij dit artikel