Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Bijzondere bepalingen en verplichtingen

Onderdeel van Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie Ommen 2022

1. Elke voorziening waarvoor subsidie peuteropvang wordt aangevraagd is als kinderdagverblijf opgenomen in het Landelijk Register Kinderopvang in de zin van de Wet kinderopvang 2. De aanvrager van een subsidie voor peuterplaatsen peuteropvang: a. beschrijft in het pedagogisch beleidsplan, bedoeld in artikel 3 van het Besluit kwaliteit kinderopvang, op zo concreet en toetsbaar mogelijke wijze: i.de voor het kindercentrum kenmerkende visie op de voorschoolse educatie en de wijze waarop deze visie is te herkennen in het aanbod van activiteiten; ii. de wijze waarop de ontwikkeling van het jonge kind wordt gestimuleerd, in het bijzonder op de gebieden taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling; iii. de wijze waarop de ontwikkeling van peuters wordt gevolgd en vastgelegd en de wijze waarop het aanbod van voorschoolse educatie hierop wordt afgestemd; iv. de wijze waarop de ouders worden betrokken bij het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen; v. het inrichten van een passende ruimte waarin voorschoolse educatie wordt verzorgd en het beschikbaar stellen van passend materiaal voor voorschoolse educatie, en vi. de wijze waarop wordt vormgegeven aan de inhoudelijke aansluiting tussen voor- en vroegschoolse educatie en aan een zorgvuldige overgang van het kind van voor- naar vroegschoolse educatie; vii. de wijze waarop wordt vormgegeven aan de inhoudelijke aansluiting met primair onderwijs, waarbij het overdrachtsformulier en een warme overdracht meegenomen worden. b. de houder geeft uitvoering aan het pedagogisch beleidsplan wat de onderwerpen van het eerste lid betreft, evalueert de uitvoering jaarlijks, en stelt het plan zo nodig aan de hand hiervan bij. c. voor de peuteropvang wordt een programma gebruikt waarin op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd op het gebied van taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling. d. de aanwezigheid van een vaste begeleider voor doelgroep peuters VE die de ontwikkeling volgt en contacten met ouders en externen onderhoud. e. het scholingsplan waarin is opgenomen aan welke activiteiten welke pmw’ers deelnemen. f. structurele samenwerking met: i. de jeugdverpleegkundige en de jeugdarts van de Jeugdgezondheidszorg over doelgroep peuters VE en zorgkinderen; ii. lokale partners in het lokale overleg (eventueel via vertegenwoordiging). 3. De aanvrager van een subsidie voor voorschoolse educatie voldoet aan de kwaliteitseisen van: a. de Wet kinderopvang; b. het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, vastgesteld op 7 juli 2010 en zoals nadien gewijzigd; 4. Een aanbod peuteropvang wordt uitgevoerd gedurende 1 of 2 dagdelen van 2,5 uur per dagdeel op twee verschillende dagen per week gedurende 40 weken per jaar. 5. Een aanbod voorschoolse educatie wordt uitgevoerd gericht op de doelgroep peuters VE van tenminste 960 uur verdeeld over 1,5 jaar met een maximum van48 weken per jaar en 6 uur per dag. 6. De aanvrager van een subsidie peuteropvang of voorschoolse educatie in de peuteropvang factureert en int de ouderbijdrage zoals vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders en is verantwoordelijk voor het daadwerkelijk ontvangen van deze bijdrage.

Rechtspraak bij dit artikel