Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5

Grondslag voor de subsidieberekening

Onderdeel van Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie Ommen 2022

1. De grondslag voor de subsidie is het aantal te realiseren bezette peuterplaatsen peuteropvang en/of peuterplaatsen voorschoolse educatie (VE). 2. Voor een peuterplaats peuteropvang geldt een subsidiabel aantal uren van 100 bij 1 dagdeel per week en 200 bij 2 dagdelen per week op jaarbasis, voor zover de ouders aantoonbaar geen recht hebben op een toelage op grond van afdeling 2 paragraaf 1 en 2 van de Wet kinderopvang (kinderopvangtoeslag). 3. Voor een peuterplaats voorschoolse educatie in de peuteropvang geldt een totaal subsidiabel aantal uren van 640 op jaarbasis (inclusief de 200 uur basisaanbod peuteropvang op grond van lid 2). 4. Voor een peuterplaats voorschoolse educatie in de peuteropvang en in de kinderdagopvang wordt een jaarlijks vast te stellen forfaitaire bijdrage voor de extra bijkomende werkzaamheden voor elke geplaatste doelgroep peuter VE verleend. 5. Het college van burgemeester en wethouders stelt jaarlijks de maximale uurprijs vast waarover subsidie wordt verleend en een forfaitaire bijdrage voor de extra bijkomende werkzaamheden per geplaatste doelgroep peuter VE. 6. De subsidie per uur is nooit hoger dan de door de instellingen bij de aanvraag opgegeven (en voor overige klanten gehanteerde) uurprijs. 7. Het college van burgemeester en wethouders stelt jaarlijks voorafgaande aan het kalenderjaar de inkomensafhankelijke procentuele ouderbijdrage vast voor gebruik van peuterplaatsen peuteropvang. Deze is gebaseerd op de voor het kalenderjaar geldende landelijke tabel van de kinderopvangtoeslag. 8. Het college van burgemeester en wethouders stelt jaarlijks voorafgaand aan het kalenderjaar de ouderbijdrage vast voor de ouders van doelgroep peuters VE met voorschoolse educatie in de peuteropvang. 9. Op de te verlenen subsidie per peuterplaats peuteropvang en voorschoolse educatie wordt een bedrag voor ouderbijdragen in mindering gebracht. 10. Aanbieders van peuteropvang en voorschoolse educatie ontvangen de ouderbijdragen vastgesteld op grond van lid 7 en lid 8 van dit artikel. Zij zijn verantwoordelijk voor het innen van deze betalingen volgens de vastgestelde ouderbijdragentabel en het bijbehorende risico van dubieuze debiteuren. 11. De te verlenen subsidie per peuterplaats peuteropvang wordt bepaald op de hoogte van het door de instelling bij aanvraag opgegeven uurtarief tot een maximum van het onder lid 5 door het college vastgestelde uurtarief vermenigvuldigd met het aantal uren per peuterplaats zoals bepaald in lid 2 van dit artikel verminderd met de ouderbijdrage volgens lid 7 van dit artikel. 12. De te verlenen subsidie per peuterplaats VE in de peuteropvang wordt bepaald op de hoogte van het door de instelling bij aanvraag opgegeven uurtarief tot een maximum van het onder lid 5 door het college vastgestelde uurtarief vermenigvuldigd met het aantal uren per peuterplaats zoals bepaald in lid 3 van dit artikel verhoogd met de in lid 4 van dit artikel genoemde forfaitaire bijdrage voor extra bijkomende werkzaamheden voorschoolse educatie, verminderd met de ouderbijdrage conform lid 8 van dit artikel. 13. De te verlenen subsidie per peuterplaats VE in de kinderdagopvang wordt bepaald op de hoogte van het in lid 4 van dit artikel genoemde forfaitaire bijdrage voor extra bijkomende werkzaamheden voorschoolse educatie. 14. De grondslag voor de berekening van het uurtarief van de HBO pedagogisch beleidsmedewerker wordt geïndexeerd op grond van het Besluit Kinderopvangtoeslag, dat jaarlijks door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt vastgesteld. Peildatum voor de berekening van de hoogte van de subsidie wordt het aantal doelgroep peuters (VE) vastgesteld per 1 januari van het betreffende subsidiejaar. Per doelgroep peuter (VE) wordt 10 uur per jaar berekend. Per 1 januari 2022 is het uurtarief vastgesteld op € 40,-, waarna dit bedrag jaarlijks wordt geïndexeerd, zoals hierboven is aangegeven.

Rechtspraak bij dit artikel