2.1
De burgemeester en de wethouders doen opgave van zijn financiële belangen in ondernemingen en organisaties waarmee de gemeente zakelijk betrekkingen onderhoudt, door opneming in het daartoe bestemde register nevenfuncties (artikel 3.2). De opgave is openbaar en door derden te raadplegen.
2.2
Bij privaat-publieke samenwerkingsrelaties voorkomt de bestuurder (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen.
2.3
Een oud-bestuurder die bij zijn aftreden lid van het college van burgemeester en wethouders is, wordt het eerste jaar na beëindiging van zijn ambtstermijn uitgesloten van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden voor de gemeente, behoudens ontheffing door het college nadat het college het presidium hierover gehoord heeft.
2.4
Een bestuurder die familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten aan de gemeente, onthoudt zich van deelname aan de besluitvorming over de betreffende opdracht.
2.5
Een bestuurder neemt van een aanbieder van diensten aan de gemeente geen faciliteiten of diensten aan die zijn onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kan beïnvloeden.
Artikel 2.
Belangenverstrengeling en aanbesteding.
Onderdeel van Verordening gedragscode bestuurlijke integriteit gemeente Tilburg 2003