**1..** Degene aan wie krachtens deze verordening een individuele voorziening is verstrekt, is verplicht zo spoedig mogelijk aan het college mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een besluit aangaande een individuele voorziening.
**2..** Het college kan een besluit aangaande een individuele voorziening herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat:
de jeugdige en/of diens ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; of
de jeugdige en/of diens ouders niet langer op de individuele voorziening zijn aangewezen; of
de individuele voorziening niet meer toereikend is te achten; of
de jeugdige en/of diens ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening;
de jeugdige en/of diens ouders de individuele voorziening of het (daarmee samenhangende persoonsgebonden) budget niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd; of
sprake is van (dreigende) overbelasting bij een op basis van een persoonsgebonden budget ingehuurde niet-professionele zorgverlener.
**3..** Als het college een besluit op grond van het tweede lid, onder a heeft ingetrokken, kan het college geheel of gedeeltelijk de geldwaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten persoonsgebonden budget.
**4..** Het college onderzoekt, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van het persoonsgebonden budget.
**5..** Het college wijst een toezichthouder aan die belast is met het houden van toezicht op de naleving van rechtmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van deze wet.
**6..** Het college kan de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het persoonsgebonden budget
voor ten hoogste dertien weken, als er ten aanzien van de persoon aan wie het persoonsgebonden budget is verstrekt een ernstig vermoeden is gerezen dat er sprake is van misbruik; of
indien de jeugdige langer dan twee maanden verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet voor de duur van de opname.
Hoofdstuk 7
Artikel 7.1
Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking, terugvordering of opschorting
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Waterland 2022