Het is verboden om voorwerpen op of aan de weg te plaatsen, tenzij:
de (verkeers)veiligheid en de openbare orde gewaarborgd blijven;
reclame-uitingen niet langer dan 4 weken worden geplaatst;
bij het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg vanwege werkzaamheden op aangrenzende percelen, het gebruik niet eerder dan 1 week van tevoren begint en niet later dan 1 week na voltooiing van de werkzaamheden wordt beëindigd.
Het is verboden om voorwerpen op of aan de weg te plaatsen als het gaat om:
buitengemeentelijke reclame-uitingen. Deze mogen slechts worden geplaatst door een door het college gecontracteerde aanbieder van reclamemedia;
reclame-uitingen met een commercieel doel, anders dan evenementen (artikel 2.25) en incidentele festiviteiten (artikel 4.3). Deze mogen slechts worden geplaatst door een door het college gecontracteerde aanbieder van reclamemedia;
gedwongen (woning)ontruimingen.
Het college kan bepalen dat het gebruik, als bedoeld in lid 1 sub c, disproportioneel is en het gebruik verbieden.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf
Artikel 2.10
Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie van de weg
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Son en Breugel 2022