• - Kabels en leidingen hebben tot bovenkant maaiveld de volgende afstand bij:
    • - telecommunicatie: 0,60 m vanaf onderkant kabel;
    • - water <200mm: 0,85 m vanaf bovenkant buis;
    • - water >200mm: 01,00 m vanaf bovenkant buis;
    • - gas: 0,85 m vanaf bovenkant buis;
    • - elektra ls: 0,60 m vanaf onderkant kabel;
    • - elektra ms: 0,90 m vanaf onderkant kabel;
    • - warmteleiding: 1,00 m vanaf bovenkant buis;
    • - Riool: 1,20 m vanaf bovenkant buis of afhankelijk van het verval van de leiding bij vrijvervalleiding.
  • - Indien kabels en leidingen elkaar kruisen
    • - distributiekabels en/of -leidingen liggen ondieper dan transportleidingen;
    • - vrijvervalleidingen hebben voorrang op drukleidingen;
    • - bij kruisingen van kabels en/of leidingen bedraagt de onderlinge tussenruimte (verticale afstand) tenminste 0,20 m;
  • - Er moet een strook tussen 0,60 m -mv en 0,85 m -mv vrijgehouden worden in verband met kruisende vrijverval rioolaansluitingen.