Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 9

Nummering van de objecten

Onderdeel van Uitvoeringsvoorschriften naamgeving en (huis)nummering gemeente Bergeijk

De volgende uitgangspunten worden gehanteerd bij het toekennen van nummering aan objecten: Bij vergunningverlening moet in een correctie adresaanduiding voorzien zijn. Verblijfsobjecten, lig- en standplaatsen worden oplopend genummerd met even en onever nummers ieder aan één zijde van de openbare ruimte. Het nummer kan alleen worden toegekend binnen een officiële naamgeving van een openbare ruimte. Het nummer bestaat eerst uit een getal, het huisnummer. Indien nodig wordt het huisnummer gevolgd door een huisletter, zijnde een kleine letter. De letters f, i, l, o, q en y worden in verband met verwarring met cijfers, niet gebruikt (in overeenstemming met PostNL). Indien nodig wordt ad.5 gevolgd door een huisnummertoevoeging. Een huisnummering, al dan niet met huisnummertoevoegingen, mag geen ongewenste (dubbelzinnige) betekenis kennen. De nummering is opgebouwd uit de combinatie cijfer(s) - letter - volgnummer. Een volgnummer mag ook letters bevatten. Aan de nummering van de volgende objecten de volgende lettertoevoegingen toegekend: Kamers in verzorgingstehuizen: deze worden voorzien van het nummer van de gemeenschappelijke ruimte (het 'hoofdadres') en kan het kamernummer zoals in het gebouw gebruikt. Defensieterreinen: deze worden voorzien van het nummer van de gemeenschappelijke ruimte (het 'hoofdadres) met de huisletter 'd' en het gebouwnummer volgens opgave van het ministerie van Defensie. Indien de nummering van bestaande gelijksoortige verblijfsobjecten (chalets op recreatieterreinen, garages, trafohuisjes, rioolgemalen, campings en dergelijke) anders is, wordt zo mogelijk de systematiek van de bestaande nummering van deze verblijfsobjecten die in de directie omgeving zijn gelegen voorgezet. Bij het toekennen van nummers bij bestaande situaties, gelden de volgende regels (afhankelijk van de bestaande situatie): De nummers lopen op vanuit het centrum van de woonplaats, of vanuit een voor dit doel vast te stellen centraal punt. Op wegen die loodrecht op deze richting liggen, nummeren volgens de richting met de wijzers van de klok mee. In deze situatie moeten de nummers aan de ene kant oneven en aan de andere kant even zijn. Dit geldt eveneens voor het geval dat de weg slechts aan één zijde wordt bebouwd, en voor gebouwen die niet direct aan de weg zijn gelegen. Een gekozen systeem dient zo goed mogelijk consequent te worden doorgevoerd. Bij doodlopende wegen dient de nummering vanaf de aangrenzende weg aan te vangen. De nummers lopen op van noord via oost naar zuid en van west via noord naar oost. Op de tussengelegen wegen moet van de twee richtingen de dichtbijgelegen richting worden aangehouden. Bij precies in een richting van 45° gelegen wegen ten opzichte van de noord-zuidas, moet van noord naar zuid worden genummerd. De nummering geschiedt in overeenstemming met de rangorde van wegen. Deze nummering is alleen geschikt voor nieuwe wijken die ten opzichte van de bestaande bebouwde omgeving afgezonderd zijn gesitueerd. Bij bovenstaande wijze van toekennen van nummers, geldt dat altijd bij de per kern gehanteerde methode van nummering wordt aangesloten. Wanneer een weg begint of eindigt met, dan wel onderbroken wordt door een plein dat dezelfde naam draagt als die weg, moet worden doorgenummerd alsof het plein een onderdeel van die weg is. Bij gebouwen met meer dan één hoofdtoegang dient het gebouw denkbeeldig in zoveel delen te worden verdeeld als er hoofdtoegangen zijn. Elk verblijfsobject moet van een nummeraanduiding worden voorzien. Gebouwen met toegangen aan verschillende wegen moeten worden genummerd volgens de nummering zoals deze plaats vindt langs de openbare ruimte waaraan de (hoofd)toegangen gelegen zijn. Het nummeren van gebouwen met meer dan één bouwlaag waarin meer nummers vereist zijn, moet worden begonnen bij de onderste bouwlaag. Wanneer zich de mogelijkheid voordoet om zowel in horizontale als verticale richting te nummeren dan dient steeds eerst te worden gekozen voor horizontaal in richting van nummering en vervolgens verticaal in klimrichting/looprichting in het gebouw. Bij sterk wisselende bebouwing moeten even en oneven nummers aan elkaar worden gerelateerd. Voor ruimten tussen gebouwen, die in de toekomst mogelijk bebouwd worden, moet het maximaal te verwachten aantal huisnummers worden gereserveerd. Voor zover niet in deze regels opgenomen, gelden de bepalingen van de NEN normen 1773 en 1772+C1.

Rechtspraak bij dit artikel